Barbara Siegel Carlson schreef een Spinoza-gedicht

Barbara Siegel CarlsonBarbara Siegel Carlson is dichteres en vertaalster. In 1979 studeerde ze af aan de University of Rhode Island, ook heeft ze een MFA van het Vermont College of Fine Arts.

Gedichten van haar werden gepubliseerd in diverse tijdschriften, zoals Hayden’s Ferry Review, Poetry East, Third Coast, Birmingham Poetry Review, Asheville Poetry Review, Louisville Review, Agni, en andere.

Met haar bundel Between This Quivering won ze de Coreopsis Press Poetry Award. 

Ze vertaalde o.a. Look Back, LookAhead van de Sloveense dichter Sreèko Kosovel (1904–1926). Haar vertalingen verschenen in The Literary Review, International Poetry Review, en The Sulphur River, Nimrod en Poetry International. De bundel Faces of Man (Poetry Miscellany Translation Series) verscheen in 1991. In 2005 en 2006 nam ze deel aan een internationale poëzie-vertaal-workshop in Slovenië (Golden Boat International Poetry Translation workshop). Ze gaf lezingen en workshops in de Verenigde Staten en Europa. Ze woont in Carver, Massachusetts, en geeft les aan de Thayer Academy Braintree. Afgelopen zomer was ze een van de docenten aan de jaarlijske driedaagse Ocean State Summer Writing Conference van de University of Rhode Island.

In internet is in zo’n gedichten- en vertaalbundel, Poetry Miscellany 2008, het volgende gedicht van haar te lezen. Ik proef er een goed verstaan van Spinoza in, zodat het terecht in het Corpus Poeticum Spinozanum mag worden opgenomen. Na het gedicht geef ik er een vertaling van (ik houd me aanbevolen voor verbeteringen).

The Truth

Spinoza is rubbing my glasses again, leaving
the middle range blurred for a reason.
Any truth is a blur. I can write at the same time
as I peel an orange. This is a trick
my grandfather taught me: to peel the skin to a swirl
and place your fist inside. I still remember
the smell of my hand like the river out my window
whose lull is a blur in the wind. No one
holds the truth. My friend drank some white lightening
till it electrified his veins. This is how simple it is
to become a street person.
When Father Charlie asked for prayers,
the homeless man said Jesus fished out his soul.
I shook his hand. Later he covered his face
with his hands and lay his head in his lap. We all have
missing teeth, holes where other teeth still try
to grow, button holes that look lonely and pillowcases
that tear to let the feathers out. My friend had a daughter
who didn’t know she was his daughter.
This is the truth, the only truth he could ever live with
for that moment that has lasted
her whole life. I was given a portrait
of many galaxies spinning among the dwarves.
Spinoza must have known the hottest colors
came from the stars in his hands. We have no age.
Before the Big Bang we were swimming
through each other. A spider draws from a bottomless self
raveling its meal into the lightest being,
as Joan Miro painted Rosalie sleeping in a web
washed by the dew that fell from a bird wing.
Each strand of the truth has an unknown emanation.
In Chekhov’s story the student wept
for the two peasant women listening to a simple retelling
of Jesus’s message to Peter about his betrayal.
An ancient pain, a thread
in the wooden footbridge I used to cross
with my thick-tired bike as I passed through the chain
of smokers, too shy to look up. Once a girl named Diane
blew smoke in my face.

Barbara Siegel Carlson

                                                     * * *

De waarheid

Spinoza wrijft mijn bril opnieuw, het middelste
wazig latend om een reden.
Elke waarheid is een onscherpte. Ik kan schrijven op hetzelfde moment
als ik een sinaasappel pel. Dit is een truc
die mijn grootvader mij leerde: de schil tot een krul pellen
en je vuist erin plaatsen. Ik herinner me nog
de geur van mijn hand als de rivier uit mijn raam
waarvan de luwte een onscherpte is in de wind. Niemand
houdt de waarheid. Mijn vriend dronk wat witte verlichting
tot het zijn aderen elektrificeerde. Dit is hoe eenvoudig het is
een straatpersoon te worden.
Toen vader Charlie om gebeden vroeg,
zei de dakloze man dat Jezus zijn ziel had gevist.
Ik schudde zijn hand. Later bedekte hij zijn gezicht
met zijn handen en lag met zijn hoofd in zijn schoot. We hebben allemaal
ontbrekende tanden, gaatjes waar andere tanden nog proberen
te groeien, knoopsgaten die eenzaam lijken en kussenslopen
die scheuren om de veren uit te laten. Mijn vriend had een dochter
die niet wist dat ze zijn dochter was.
Dit is de waarheid, de enige waarheid waarmee hij ooit zou kunnen leven
voor dat moment, dat haar hele leven
heeft geduurd. Ik kreeg een portret
van de vele sterrenstelsels spinnend onder de dwergen.
Spinoza moet de heetste kleuren hebben gekend
die uit de sterren in zijn handen kwamen. We hebben geen leeftijd.
Vóór de Big Bang zwommen we
door elkaar heen. Een spin put uit een bodemloos zelf
rafelend zijn maaltijd het lichtste zijn in,
zoals Joan Miro Rosalie schilderde slapend in een web
gewassen door de dauw die viel van een vogelvleugel.
Elk deel van de waarheid heeft een onbekende emanatie.
In Tsjechov’s verhaal weent de student
voor de twee boerinnen die luisteren naar een eenvoudige navertelling
van Jezus’ boodschap aan Peter over zijn verraad.
Een oude pijn, een rode draad
in de houten loopbrug die ik gebruikte om over te steken
met mijn dikvermoeide fiets als ik door de rij
van rokers ging, te verlegen om op te kijken. Eens blies een meisje genaamd Diane
rook in mijn gezicht.

Barbara Siegel Carlston

Bronnen

POETRY MISCELLANY 2008

Biografische gegevens van hier en hier;  
foto van facebook

Ocean State Summer Writing Conference van de University of Rhode Island

In oktober 2010 nam ze deel aan de 33rd Annual Conference of the American Literary Translators Association October