Een Witte Donderdag-besteding

Deze donderdag in de christelijke passieweek, genoemd Witte Donderdag, de donderdag vóór Pasen, waarin door de christenen het pesachmaal herdacht wordt dat Jezus aan de vooravond van zijn kruisdood met zijn leerlingen hield, deze dag waarop de ochtendkranten niet toevallig juist vandaag met het bericht kwamen (Trouw opende er de voorpagina mee) over dit schilderij

    

Het laatste avondmaal van Marlene Dumas, dat het Rijksmuseum ontving van een schenker die anoniem wil blijven (het zal toch geen vorm van witwassen zijn waarbij een bedrag voor de Belastingen mag worden afgetrokken? Nee, niet zo denken in de lijdensweek…), deze Witte Donderdag dus, waarop vanavond de EO en de RKK voor het derde achtereenvolgende jaar The Passion uitzenden (met populaire muziek en bekende Nederlanders om jongeren te trekken, dus moet de titel in het Engels - maar kom, niet zo negatief over deze hedendaagse verpakking van de christelijke boodschap), deze donderdag dus zag ik voor mij als een mooie aanleiding om het boekje te lezen van

Dra C. Roelofsz, De beteekenis van Christus voor Spinoza [J. Ploegsma, Zeist, 1938].

Het was de uitwerking van een lezing die zij voor de Societas Spinozana had gehouden - tijdens de jaarvergadering op zaterdag 9 oktober 1937 (dat laatste staat niet in het boekje, maar vond ik in het krantenarchief van de KB; net als het gegeven dat zij 2e secretaresse was van het in 1934 opgerichte Comité tot Instandhouding van het Spinozahuis – het huis aan de Paviljoensgracht in Den Haag – en waarvan Carp voorzitter was). Dr J.H. Carp schreef een voorwoord.

Ik weet niet of Wim Klever het gekend heeft – in zijn Definitie van het Christendom (1999) noemt hij het nergens – maar Carp lijkt het met hem eens te zijn: Spinoza heeft “willen getuigen van een buitenkerkelijke christelijke leer, een opvatting omtrent Christus en Zijn leer, zooals deze uit het wezen des christendoms begrepen moet worden. Spinoza wil zijn eigen beschouwingswijze als een religieuze erkend zien en oordeelt zulks in overeenstemming met het ware begrip der Christelijke leer, dat allerminst vereenzelvigd mag worden met de leerstellingen van kerkelijk gezag en theologen, die zich hebben gedrongen tusschen de eeuwige waarheid der leer en hen, die deze willen kennen.”

Mevrouw Roelofsz heeft een heel fraai boekje afgeleverd, waarin ze op een serieuze manier aan de hand van alle plaatsen waar Spinoza over Christus en zijn leer sprak, laat zien hoe Spinoza die woorden en leer heel goed wist in te passen in zijn filosofie. Je moet hem wel leren lezen. Zonder iets te vervalsen of te verwringen geeft Spinoza een vertaalslag, waarin hij een andere Christus dan het traditioneel gegroeide Christusbeeld voorzet. In zekere zin mag je het zijne wel een esoterische Christusleer (een eigenzinnige christologie) noemen, want die zal alleen kunnen worden begrepen (en aanvaard) door degenen die al flink wat van Spinoza’s filosofie begrepen hebben. Dat wordt erg moeilijk voor degenen die vastzitten aan het traditionele - christelijke – Christusbeeld. Maar dat is net zo moeilijk voor degenen die vastzitten aan een stellig gelovig atheïstisme. De eersten komen in opstand, steigeren tegen wat ze als blasfemie beschouwen. De laatsten hebben er geen begrip voor dát Spinoza zich zo’n moeite getroostte en zich best veel met Christus bezighield om christelijke zoekers a.h.w. te pleasen en voor zijn zienswijze te winnen: de harten en de geesten te winnen van de twijfelenden. De hedendaagse atheïsten slaan dit soort passages het liefst over en vinden dat Spinoza véél te gereformeerd doet. Ik weet dat, daar ik dat zelf jarenlang deed. Ik heb al eens beschreven hoe ik, voorafgaand aan mijn Spinozastudie, ernstig twijfelde of ik na zoveel jaren bevrijd te zijn van mijn christelijke erfenis, wel zin had om aan de TTP te beginnen, die zo vol bijbelteksten zit. Ik ben blij dat ik mij over die aanvankelijke aarzeling heb heen gezet. Een aantal jaren geleden zou ik niet aan een boekje als dit zijn begonnen. En dat is maar goed ook, dat ik het niet eerder las. Ik zou me wellicht hebben geërgerd en de waarde ervan mogelijk niet hebben ontdekt. Een voordeel van het werkje is ook dat op het essay zelf een bijlage volgt, waarin alle “Uitspraken van Spinoza, betrekking hebbende op Christus en zijn leer” zijn bijeengebracht. Handig. Ja, het is een juweeltje, waar ik – denk ik – morgen nog eens op doorga. Als u het antiquarisch tegenkomt, zou ik aanraden: aanschaffen! Het is het waard.

Stan Verdult

[Afbeelding van doek van Marlene Dumas van hier]