Frédéric Lenoir koppelt Spinoza en Etty Hillesum (via zichzelf)

Nog maar kort geleden, 15 januari 2014, schreef ik een blog waarin ik probeerde te weten te komen of Etty Hillesum iets met Spinoza zou hebben gehad - of zij hem in haar dagboeken en brieven ter sprake bracht. Ik vond tot heden niets (en voel er weinig voor om in de verzamelde uitgave ervan zelf op zoek te gaan, gezien haar stijl die mij eertijds niet aanstond).

Trouw is sinds begin van dit jaar, waarin wordt herdacht dat Etty 100 jaar geleden geboren werd, een wekelijkse rubriek begonnen, geschreven door Marijke van Beek. Vandaag laat ze de Franse filosoof Frédéric Lenoir aan het woord en zie: die legt een verbinding tussen Spinoza en Hillesum, maar die verbinding is hijzelf [Cf.]. Opmerkelijk is hoe hij dat doet. Het stukje begint met het aanhalen van Lenoir: "Ik heb Etty Hillesum gelezen zoals ik Montaigne, Spinoza, en Tao Te Ching heb gelezen. Lang geleden al. Voor mij is ze een van hen, een van mijn gidsen."

En enige alinea's verderop: "Ik hou erg van Spinoza. Hij heeft goed uitgelegd dat geluk ons bereikt als een wandeling - een lange, filosofische, spirituele wandeling waarop je jezelf leert kennen. En als je aankomt bij wijsheid, kan niets je meer diep pijn doen. Geluk is geen geschenk, maar een les. Spinoza schreef dit, maar Hillesum leefde het. Ze was een uitzonderlijk voorbeeld. Er zijn trouwens veel overeenkomsten tussen hen: ze komen beiden uit Amsterdam, ze zijn van joodse komaf, en spiritueel, maar niet religieus. Je moet het leven niet willen bedwingen. Niet tegen het leven vechten, leert Hillesum, maar voor het leven vechten. 'Ja' zeggen tegen het leven. Heb je een innerlijk leven, schrijft ze, dan maakt het niet uit aan welke kant van de tralies je je bevindt."

Waar kan Lenoir bij Spinoza die metafoor van 'geluk zoeken als een wandeling' gevonden hebben? Spinoza heeft het nooit over wandelen. Eenmaal slechts, waar hij in 3DEF29 uitlegt wat we zelfonderschatting (abjectio) noemen vermeldt hij in 'het bewijs' of 'de uitleg' dat we iemand onderdanig (humilem) noemen die - naast andere typeringen - "tenslotte met gebogen hoofd loop en geen aandacht voor zijn kleren heeft" [qui denique submisso capite ambulat et se ornare negligit]. Ziedaar de enige en hoe nederige wandeling in Spinoza...

Maar dan is er uiteraard nog aan het eind van de Ethica de verwijzing ernaar dat we werkelijk inzicht of wijsheid alleen bereiken, niet via een makkelijke weg, maar langs een via perardua, een zeer onbegaanbare of steile weg. Maar om dat nou een wandeling te noemen.