Georg Brandes (1842 - 1927) over Spinoza

Georg Brandes, 1866[Credits : Courtesy of the Kongelige Bibliotek, Copenhagen]Georg Brandes was een Deense schrijver en criticus, geboren in een joods middenklasse gezin, die van invloed was op de Scandinavische en Europese cultuur in het laatste kwart van de 19e eeuw. Op 30-jarige leeftijd formuleerde hij de “principes van het nieuwe realisme en naturalisme” waarbij het hyperesthetische schrijven en fantasie uit de literatuur gebannen moest worden. Literatuur moest het orgaan zijn van “de grote gedachten van vrijheid en vooruitgang van de menselijkheid.” Hij had vele medestanders, onder wie de Noorse naturalistische toneelschrijver Henrik Ibsen.

Hij was beïnvloed door Kierkegaard en had ook grote bewondering voor Spinoza, zoals mag blijken uit het volgende fragment uit een verslag over een bezoek dat hij in 1896 aan Nederland bracht. Als hij over Amsterdam schrijft, lezen we: [...]

Hier woonde in zijn vroege jeugd Baruch Spinoza. 

         Aan de uiterste rand van de wijk in de Jodenbreestraat woonde van 1640 tot 1663 de man met de grootste naam binnen de Nederlandse kunstwereld, zoals Spinoza hun grootste naam binnen de filosofie is, Rembrandt van Rijn. Hier heeft hij dagelijks de modellen voor zijn verrassend grote hoeveelheid Joodse gezichten op zijn schilderijen en etsen voor ogen gehad.

         In dit kleine gebied ontmoeten deze twee onsterfelijke namen elkaar, Spinoza en Rembrandt. De man die de menselijke gedachte bevrijdde van de middeleeuwse opvattingen, en de man die de schilderkunst herboren liet worden of beter gezegd opnieuw creëerde op noordelijke bodem. 

         Spinoza – je voelt een zekere warmte in je borst als je aan hem denkt en met hem meevoelt. De gedachten van degene, die hem in zijn jeugd heeft gelezen, hebben een vuurdoop ondergaan, louterend en betoverend. Spinoza is de held van de gedachte zoals Shelley van de poëzie. Nederland, dat Descartes onderdak had geboden en dat onder de dwaze geloofsijver van Spinoza’s eigen volksgenoten hem een vrijplaats had geboden, verdient als het oude koppig trotse vaderland van de vrijheid in het noorden de glans die haar nu met deze naam omringt.

         En toch was er in onze tijd strijd nodig om op de Paviljoensgracht in Den Haag een standbeeld van Spinoza geplaatst te krijgen. 

         Mijn eerste bezoek aan Den Haag gold Nederlands grootste levende schilder, de tweede Nederlands grootste dode, het beeld van Spinoza in de Spinozastraat. Ik vond het op een grijze ochtend in juli, die afgelegen straat met zijn smalle gracht en zijn bomen, en daar zo ver van het stadsverkeer op een rode granietsokkel de zittende bronzen figuur, bescheiden, in slechts bijna natuurlijke grootte – een werk van Hexamer. Een meesterwerk is het niet, maar wel een serieus, betekenisvol kunstwerk. Ja, zo heeft hij er uitgezien, zo nadenkend en peinzend, zo hoog in aanzien, zo nonchalant in zijn houding; hij, de eenvoudigste denker en de diepste.

         Ik dacht aan zijn levensdaden, aan de originele uitgave van zijn Nagelaten Werken in zijn prachtige kaft thuis in mijn boekenkast en aan de onuitwisbare indruk die ik kreeg toen ik het boek voor het eerst las. De Ethica en daarvan weer het derde deel gaf mij de verklaring voor zijn menselijke overtuigingen, die een zo bijzonder inzicht geven in zijn zielsleven en nu en dan zicht geven op het persoonlijk leven van de denker. Hij moet zelf hebben geleden onder de jaloezie om het met zoveel liefde en met zulke sterke en nuchtere woorden te kunnen beschrijven. Zijn gedachtenleven heeft zijn gevoelsleven echter al vroeg op de achtergrond gedrongen en hij leefde volledig verzoend met het bestaan, gedragen door zijn filosofisch godsbegrip. Nooit overwonnen door de zorgen van het aardse leven, onbeïnvloed door verbanning en haat, oneindig geduldig tegenover goedgelovige leerlingen die hem niet begrepen en die in plaats van te proberen hem te begrijpen probeerden hem te bekeren tot hun mirakelgeloof. 

         Waar dat huis staat, met twee verdiepingen, dat smalle, een paar passen van het beeld vandaan, daar heeft hij gewoond op de zolderkamer. Van daar ging hij dagelijks wandelen langs de stille gracht in dit afgelegen stadsdeel, en van hier hebben ze hem met zijn voeten eerst weggedragen om hem in vrome onschuld en onwetendheid naar de Nieuwe Kerk aan het Spui te brengen, alsof hij een gelovige en een christen was.

         De tijd zal misschien komen waarin degenen die in Spinoza hun geestelijke stamvader zien, de eerste ontdekker van de grondgedachten en de waarheden die gelden in het moderne geestesleven en in de moderne wetenschap, talrijk zullen zijn, net zo talrijk als vandaag degenen voor wie hij een onbekende is. Dan, over honderden jaren, zullen deze plekken waar hij in Nederland leefde en de plek waar hij stierf het Mekka van de vrije geesten worden.

         Is Spinoza het sterkste geestelijk licht dat straalde vanuit Nederland, dat ondanks zijn kleine omvang op eigen houtje vrijheid eiste van de geloofsdwang van het Spaanse wereldrijk en van de angstaanjagende tirannie, zo is Rembrandt het sterkste licht in de kunst dat opvlamde uit het vuur van de vrijheid. Rembrandt is de grootste kunstzinnige personificatie van de geest van de Noordelijke Nederlanden, zoals Rubens dat is van de Zuidelijke Nederlanden. Maar Rubens kunst is niet in dezelfde graad als die van Rembrandt inheems en persoonlijk. Heel Italië is terug te vinden in de kunst van de grote Vlaming: Michelangelo, Titiaan, Veronese. Het is een Romeinse compositie met Vlaamse kleuren, of beter gezegd: het is de grootse vermenging van het Romaanse en het Germaanse – het Romaanse nuchterder vertaald; het Germaanse verrijkt met het stijlvol gearrangeerde – passend bij het wezen van de Zuidelijke Nederlanden.

[...]

   

Georg Brandes' bezoek aan Nederland in 1896. Vertaald uit het Deens door Jan Baptist (2008; zie hier het hele verhaal). Zie ook wiki en hier.

Reacties

Het gegeven citaat is een fascinerend stukje tekst: stijlvol en evenwichtig geschreven, historisch correct en zelfs profetisch, vooral waar Brandes Spinoza schetst als "de eerste ontdekker van de grondgedachten [...] die gelden in de moderne wetenschap". De Deense schrijver was in 1896 scherper en vrijmoediger in zijn analyse dan zijn Hollandse tijdgenoten, die - op Van Vloten na - Spinoza nog niet zagen zitten.