Jan J. A. Goeverneur (1809-1889) schreef Spinozaïsch gedicht 'Het sterkste'

Nederlandse letterkundige, dichter, en schrijver van – vooral – kinderboeken, die iedereen kent - zonder wellicht te weten dat hij het was die schreef:

 

Al in een groen groen knolle-knolle-land
daar zaten twee haasjes heel parmant’
en de een die blies de fluitefluite fluit
en de ander sloeg de trommel

en

Mop en mopje (1865)

Toen onze mop een mopje was,
was 't aardig om te zien;
Nu bromt hij alle dagen
En bijt nog bovendien.
Je bent een heel bedorven dier!
Eerst at je, wat ik bood;
Nu wil je lekk're beetjes
En lust niet eens meer brood.
De mop zei hierop tot de knaap:
Hoe dwaas praat gij daar toch!
Hadt gij mij niet bedorven,
'k Was een lief mopje nog.

Goeverneur begon een theologiestudie in Groningen om - net als zijn vader - predikant te worden. Onder het pseudoniem Jan de Rijmer plaatste hij gedichtjes in de studentenalmanak - waar wat rumoer door en de Keesiade uit ontstond (zie bij de KB). In 1830 moest hij als infanterist mee met de Tiendaagse Veldtocht tegen België. In 1833, afgezwaaid, ging hij in Leiden letteren studeren. Na zijn doctoraalexamen in 1836 keerde hij terug naar Groningen, om er van zijn pen te leven. Hij was zeer productief. Hij bleef in Groningen wonen tot aan zijn dood.

Goeverneur is de schrijver van Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen. Eene wonderbaarlijke en kluchtige historie (1858, een bewerking van J. Kells, Fahrten und Abenteuer des Herrn Steckelbein (1847) met illustraties van R. Töpffer dat nog steeds wordt herdrukt; zie bij DBNL).  

Wie bij het volgende gedicht van Goeverneur het enige axioma van deel IV van de Ethica in het achterhoofd houdt ("Niets bestaat er in de natuur of er bestaat iets anders dat nog machtiger en sterker is, waardoor het kan worden vernietigd"), zal wellicht denken dat hij door Spinoza geïnspireerd was. Dat kan. Maar zo’n axioma staat voor een zgn. ‘gemeenschappelijke notie’, dus de dichter kan er ook zelf op gekomen zijn… Maar het is typisch een gedicht dat Spinoza als illustratie bij dit axioma had kunnen opnemen (niet als bewijs, want axioma’s hoeven geen bewijs – de waarheid ervan ziet iedereen zo wel in). (De vertaling van het axioma is van Wim Klever die me dit gedicht toestuurde).

  

Het sterkste

Sterk is - wie zal het tegenspreken?
De Steen; doch 't IJzer kan hem breken.

Sterk is het IJzer; maar het zwicht
Toch voor de laaie Vuurgloed licht.

Sterk is het Vuur, doch 't moet bezwijken
En voor de kracht des Waters wijken.

Sterk is het Water; maar, hoe sterk,
De Wolken trekken 't op in 't zwerk

Sterk zijn de Wolken; doch de vlagen
Des Stormwinds kunnen haar verjagen.

Sterk is de Storm; maar hoe hij woed',
De Man spot met zijn overmoed.

Sterk is de Man, die wonderwerker;
Maar toch is vaak de Wijn nog sterker.

Sterk is de Wijn; maar, hoe vol kracht,
De Slaap verwint hem door zijn macht.

Dus moogt ge op Sterkte u niet verheffen:
Iets anders kan u overtreffen.

 

J. J. A. Goeverneur

In: De Dichtwerken (Leiden, 1889)

 

Gerrit Komrijs nam het, samen met nog een drietal gedichten van Goeverneur, op in De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten.

Bronnen

Wikipedia

Auteurspagina bij de DBNL

Dossier Goeverneur bij de KB