Nikolaj Boecharin (1888 - 1938) schreef gedicht Amor Dei Intellectualis

Deze Sovjet-econoom en politicus werd op jonge leeftijd lid van de Bolsjewistische vleugel van de Russische Sociaaldemocratische arbeiderspartij en was reeds als student revolutionair actief bij de Russische Revolutie van 1905. Van 1910-1917 leefde hij in ballingschap, zette zijn studie voort in Wenen en New York, waarbij hij journalistiek actief was bij de krant Novy Mir (Nieuwe Wereld), samen met o.a. Leon Trotsky. Na de Oktoberrevolutie van 1917 werd Boecharin hoofdredacteur van de Pravda ('De Waarheid'), wat hij tot 1929 bleef. Na Lenins dood werd Boecharin een volwaardig lid van het Politbureau in 1924 en in 1926 voorzitter van de Communistische Internationale, de Comintern. Van Boecharin stamt de idee van ‘Socialisme in één land’ dat Stalin in 1924 zou propageren. Later viel Stalin Boecharins ideeën aan en brandmerkte hem als revisionist. In 1929 werd hij uit het politbureau gezet en verloor hij tevens zijn voorzitterschap van de Comintern. Hij werd in 1934 door Stalin politiek gerehabiliteerd en hoofdredacteur gemaakt van Izvestia. Hier had hij het regelmatig over het gevaar van fascistische regimes in Europa. Boecharin was de meest vooraanstaande opsteller van de grondwet van de Sovjet-Unie van 1936 waarin vrije meningsuiting, vrijheid van pers, vrijheid van bijeenkomst en vrijheid van religie centraal stonden. Voorts de vrijheid van persoon, het recht op het privaat bezit van een woning en het briefgeheim. De regeringen van de Sovjet-Unie zouden deze grondwet echter niet naleven. Boecharin werd gearresteerd na een plenum van het Centrale Comité van de Russische Communistische Partij op beschuldiging van samenzwering tegen de staat. Zijn proces kwam voor in maart 1938, als onderdeel van het Proces van de Eenentwinting tijdens de Grote Zuiveringen van Stalin. Boecharin werd op 15 maart 1938 geëxecuteerd door de NKVD.  

Deze Boecharin schreef op 13 August 1937 in de gevangenis het volgende gedicht (hier in Engelse vertaling)

Amor Dei Intellectualis (Baruch Spinoza)

The quiet flame
Of his glowing dark eyes.
The deep soul's voice,
. . . Full worthy of greatness.

His mathematical, crystal-clear mind
Aspired to mountainous heights.
He destroyed the grey blocks of false belief
With his high-ranging thought's resplendent logic.

He revealed that Substance is one
In the multiplicity of things,
Reconciling Spirit and Matter
To benefit future generations.

The sharpened daggers of his thought
Still glitter brightly to this day,
Gifts of true genius that scraped
way the scabs of superstition.

Hounded he was from every side
By the dogs of synagogue and church,
Still with his pale and slender hands
He kept to his work of grinding lenses,
To live, to think, to go on fighting—
He's not about to let them crush his thoughts.

In solitude proud he ends his days,
Still master of his spiritual forces.
His spirit, clear-eyed and majestic,
Stands covered with quiet glory.

Nikolaj Boecharin

(13 August 1937)

 Bron
Bukharin, Nikolai. “Amor Dei Intellectualis (Baruch Spinoza),” in The Prison Poems of Nikolai Bukharin: Transformation of the World (Verse about the Ages, and about People), translated by George Shriver (Seagull Books, Calcutta India, 2009), pp. 216-217. [Hier aangetroffen]

 

en.wikipedia.org/wiki/File:Nikolai_Bukharin_1929.jpg