Voorstel: de Spinozistische eed invoeren

Gisterenavond bespraken we met onze Spinoza Kring Limburg het 8e hoofdstuk van Spinoza’s Staatkundige verhandeling in de vertaling van Karel D’huyvetters. We waren het er met z’n allen over eens dat wat Spinoza voorstelde over de inhoud van de eed eigenlijk heel nuttig in Nederland zou kunnen worden ingevoerd om in de plaats te laten komen van de eedformules “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” en het wat slappe “Dat beloof ik” resp. “Dat verklaar ik.”

Eerst de Latijnse tekst:

§ 48. Quos lex jurare cogit, a perjurio multo magis cavebunt, si per salutem patriae et libertatem, perque supremum concilium, quam si per Deum jurare jubeantur. Nam qui per Deum jurat privatum bonum interponit, cujus ille aestimator est: at qui jurejurando libertatem patriaeque salutem interponit, is per commune omnium bonum, cujus ille aestimator non est, jurat, et, si pejerat, eo ipso se patriae hostem declarat.

Hier de tekst van de betreffende paragraaf in de vertaling eerst van Karel D’huvetters

Hoofdstuk 8, § 48. Als iemand bij wet verplicht is een eed te zweren, zal die zich te meer hoeden om meineed te plegen wanneer hij moet zweren bij het heil van zijn vaderland en bij zijn vrijheid, en bij de hoge raad, dan wanneer men hem zou verplichten om te zweren bij God. Wie immers bij God zweert, zet enkel zijn eigen bezit op het spel, waarvan hij de omvang kent; maar wie door zijn eed de vrijheid en het heil van zijn vaderland inzet, die zweert bij het gemenebest van allen, waarvan niet hij de omvang bepaalt, en wanneer hij meineed pleegt, verklaart hij zich daardoor meteen een vijand van het vaderland. [p. 223-5]

Vervolgens in de vertaling van dr. Willem Meijer uit 1901.

Hoofdstuk 8, § 48. Wie door de wet gedwongen worden een eed af te leggen, zullen zich veel meer van meineed onthouden, indien men hen gelast bij s lands welzijn en de vrijheid of bij den Volksraad te zweren dan bij God; want wie bij God zweert stelt slechts een bijzonder belang tot pand waarvan hij alleen de waarde heeft te bepalen; maar die met een eed de vrijheid en het behoud des lands in de waagschaal stelt, zweert bij een goed dat allen gemeen is, en niet aan hem te waardeeren staat, zoodat hij in geval van meineed zich zelf daardoor tot een vijand des vaderlands verklaart. [p. 143]  

De eedformule zou dus kunnen luiden:

Ik zweer bij het welzijn van het vaderland en bij mijn en ons aller vrijheid.

Reacties

Ik ben het volledig eens met "het welzijn van
mijn en ons aller vrijheid", maar met "het
welzijn van het vaderland", ben ik minder
gelukkig; elke vorm (en ik bedoel echt elke)
van nationalisme vind ik verwerpelijk.

Voor Spinoza was er niks mis met (enige) vaderlandsliefde of patriottisme en dus kom je bij hem tegen: per salutem patriae et libertatem. Dat hoeft bepaald niet te rieken naar nationalisme (zoals dat zich in en sinds de 19e eeuw ontwikkelde).
Als het je vaderland niet goed gaat, is het met jou wellicht ook slecht gesteld. Deze vaderlandsliefde hoeft niet uitgelegd te worden als vreemdelingenhaat (die sommigen ervan maken).

@Cor Bouter
De eedformule zou dan kunnen luiden: "Ik zweer bij het welzijn van het land waarvan ik ingezetene ben en van de wereld en bij mijn en ons aller vrijheid...

Mooie aanvulling of zelfs verbetering, Ruud,
Spinoza wijst er in 4/18s immers op "dat mensen die geleid door de rede hun eigen belang nastreven, niets voor zichzelf verlangen wat ze niet ook voor andere mensen begeren."

@Ruud Mooijman
Ik heb nog nooit een eed afgelegd,
maar op deze manier zou ik dat met
volle overtuiging kunnen doen.

Ernest Renan - hij was Spinozakenner onthulde in 1877 het Spinozabeeld in ?Den Haag - publiceerde in 1882 het essay 'Wat is een natie?' (uitg. Elsevier Boeken 2013). Hij geeft daarin duidelijk aan wat een natie niet is en wat een natie wel is. Je kunt de twee samenvatten onder resp. nationalisme en patriottisme (Renan gebruikt deze termen overigens niet):
1. Wat een natie niet is (nationalisme) - eenheid van ras, taal, religie, gemeenschappelijke belangen en natuurlijke grenzen.
De door Sp. in de TTP geschetste godsdienstige samenleving is volgens deze criteria een nationalistische samenleving (TTP3-5).
2. Wat een natie wel is (patriottisme) - citaat: "een natie is een en al solidariteit, gebouwd op de beleving van de offers die men heeft gebracht en die men bereid is opnieuw te brengen. Zij veronderstelt een verleden, maar openbaart zich in het heden in de concrete bereidheid, de duidelijk verwoorde wens, om het leven gezamenlijk voort te zetten. Het bestaan van de natie is een dagelijkse volksraadpleging". De eed van Spinoza voldoet hieraan n.m.m.