Carps spinozisme: immanentiefilosofie die in het nationaal-socialisme zijn logische uitkomst vond?

En dan kom ik nu aan het moeilijke en laatste blog over Carp: hoe fout is de nationaal-socialist Carp eventueel in zijn Spinoza-interpretatie? Laat ik maar meteen aan het begin ronduit zeggen: in het geheel niet. Natuurlijk kom je bij hem uitleggingen tegen waar je je niet in kunt vinden, maar die wel te begrijpen en te beargumenteren zijn – of die gewoon een andere vertrekkeuze inhouden. Het is vooral een emotioneel ongemak dat je in de weg zit en waarmee je de kans loopt bevooroordeeld te lezen (of er maar helemaal niet aan te beginnen, zoals mij aanvankelijk overkwam). Hetzelfde ongemak heb je bij Martin Heidegger en bij Carl Schmitt. Maar wie fout handelden kunnen toch goed gedacht hebben. Het is verkeerd te denken dat alles wat een (veroordeelde) ‘foute persoon’ gedacht, gedaan en geschreven heeft, daarmee ook verwerpelijk is. Maar het blijft uiteraard wel nuttig om ‘foute gedachten’ op te sporen en aan te wijzen. Maar die, andere dan discutabele gedachten, heb ik niet kunnen vinden?

Siebe Thissen heeft nooit uitvoerig over Carp geschreven, noemt hem slechts af en toe. Zo ook in zijn in 1995 – ik meen voor Filosofie Magazine - geschreven ‘NEDERLAND ZINKT!’ Nederlandse filosofen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, neemt hij Carp mee in een opsomming, maar zegt niets afzonderlijks over hem, als hij schrijft: “Mensen als Wigersma, Hessing, Carp, Goedewaagen en Poortman interpreteerden het nazisme op een louter filosofische wijze en verloren de politieke realiteit volledig uit het oog. Werkelijkheid was voor hen slechts begrepen werkelijkheid in hegeliaanse zin. Dat echter het onbegrepene (ressentiment, de fascinatie voor geweld en strijd, irrationeel antisemitisme etc.) ook deel uitmaakte van diezelfde werkelijkheid werd door hen volledig veronachtzaamd. Bovendien maakten zij allen deel uit van een wijsgerige beweging die haar belangrijkste drijfveer omstreeks 1900 al geformuleerd had: de afkeer van de moderne, democratische, verstedelijkte en industriële samenleving.” [Hier] Oké wellicht kun je ze een slecht begrepen werkelijkheid verwijten – maar dat is dan een oordeel vanuit wijsheid achteraf.

Ook in de twee artikelen die Henry Krop over Carp schreef (en gezien de gelijkluidendheid van het grootste deel der artikelen schreef hij eigenlijk één tekst over Carp) komt de auteur niet met mogelijke fouten in Carps spinozisme; hij deed ook geen duidelijke poging om die op te sporen. Eigenlijk maakt het tweede artikel uit 1999 (Johan Herman Carps spinozistische kritiek op de parlementaire democratie. Een wijsgeer tussen nationaal-socialisme en conservatisme) zijn titel niet waar: er komt helemaal geen analyse over Carps spinozistische kritiek op de parlementaire democratie. En trouwens, kritiek op de parlementaire democratie heeft op zich niets onspinozistisch. Spinoza had waarschijnlijk een veel directere democratie voor ogen, dan een vertegenwoordigende. Ik vermoed trouwens, het zij tussen haakjes gezegd, dat die titel niet oorspronkelijk van Krop is, maar door een ander is bedacht. Op zijn publicatielijst staat slechts de ondertitel: Een wijsgeer tussen nationaal-socialisme en conservatisme. Dit terzijde.

Tegen Sassen die Carp een wending zag nemen naar het nationaal-socialisme en zijn denken zich toen in een andere richting zag ontwikkelen, schrijft Henry Krop over twee plaatsen verspreid:

[1] Carps belangstelling voor deze beweging kwam voort uit een filosofisch gemotiveerd gevoel van onbehagen met ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving (1998, p. 28);

[2] Voor Carp was al in de jaren twintig het spinozisme niet alleen een persoonlijke levensleer, maar voluit een politieke filosofie die kritisch tegenover de eigen tijd stond. (1998, p. 38/9)

In dit artikel uit 1998 laat Krop, aan de hand van een bespreking van de spinozist Carp en de hegeliaan Van Senden, zien hoe in het interbellum spinozisme en hegelianisme ‘in doctrinair opzicht’ vergaand in elkaar schoven. De verschillen in terminologie verhulden een fundamentele consensus. Voor beide moet wijsbegeerte een persoonlijke wereldbeschouwing zijn. En deze moest zijn: religieus, idealistisch en in overeenstemming met het ‘levensbesef van de eigen tijd’. Religieus: via een emotionele beleving van de ‘allomvattende wereldgrond’; idealistisch, d.w.z. optimistisch; en wat betreft het ‘levensbesef van de eigen tijd’: beter dan de marxistische levensbeschouwing maakte voor Carp het spinozisme het mogelijk de geschiedenis op te vatten als ‘ontwikkelingsproces van het menselijke inzicht:’ van heteronomie naar autonomie. Verder lezen we dan beschouwingen over individualisme versus organisch gemeenschapsdenken (zie ook mijn vorige blog). Discussies die telkens weer oplaaien: eind 19e, begin 20e eeuw via Tönnies’ Gemeinschaft und Gesellschaft (1887) en later b.v. in de jaren ’80 en ’90 van de 20e eeuw in het debat over “Communitarisme versus liberalisme”, waar je nu ineens niets meer over hoort, maar dat wel weer een keer terug opduikt. Allemaal ‘tijdgeest’- ook dit zij en passant genoteerd.
Carp wendde zich tot het nationaal-socialisme, Van Senden deed dat niet.  

In het artikel dat Carp en Van Senden vergelijkt blijkt dat in het interbellum de filosofie erg idealistisch georiënteerd was. Uit het tweede artikel blijkt dat je Carp conservatief kunt noemen, op de wijze van het Duitse conservatisme.

Over wat er nu precies mis zou zijn aan Carps spinozisme kom je in dit artikel niet meer te weten dan wat boven in de twee verwerpingen van Sassen’s analyse wordt gesteld. En dat gaat niet echt ver: want, uiteraard is spinozisme niet alleen een persoonlijke levensleer, maar voluit een politieke filosofie die kritisch tegenover de eigen tijd staat; en met ‘onbehagen met ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving’ is toch ook niet echt iets mis - er zijn dikwijls goede redenen voor zorg.

Krop besluit zijn eerste artikel niet met een eigen evaluatie, maar citeert tot slot enige uitspraken uit 1946 van de Amsterdamse hoogleraar Henk Pos [mede-oprichter en voorzitter  van het op 27 juni 1936 tegen de NSB opgerichte Comité van Waakzaamheid]. 
En dat is schrikken, want we lezen:

“Met hem (Hegel, SV) is de alles verzwelgende roes van de levensfilosofie opgekomen die alle nuchtere redelijkheid uit het oog heeft verloren. Hieruit kan men alleen ontwaken door een terugkeer naar een transcendentaal dualisme á la Kant. Alleen daarin laten zich absolute normen baseren, die een garantie vormen tegen de barbarij. Werkelijke humaniteit is volgens Pos onverenigbaar met een immanentie-filosofie, die in het nationaal-socialisme zijn logische uitkomst vond. Deze conclusie getuigt, als men het nationaal-socialisme neemt in de zin van een conservatieve cultuurkritiek, van een scherp inzicht in de ontwikkeling van de idealistische beweging in Nederland gedurende de eerste vier decennia van deze eeuw.”(1998, p. 42; vetdruk van SV)

Ik weet niet wat ik lees! En dan val ik niet over de zgn. garantie die de Kantiaanse categorische imperatief tegen barbarij zou bieden (we herinneren ons immers uit Hannah Arendt hoe Eichmann zijn Kantse imperatief kende…), maar over dat tweede gedeelte.

Spinozisme is een door en door immanentie-filosofie. Het is juist dat aspect van het spinozisme, het immanente, dat Carp telkens weer - en volkomen terecht - benadrukte. Maar hoe kon Pos beweren dat hier logisch nationaal-socialisme uit voortkomt - zoals we dat historisch hebben leren kennen? In dit oordeel was hij niet “Objectief" en inderdaad "partijdig” - de titel van zijn biografie is hier half juist. [Misschien was hij ook even een hegeliaan...]

En hoe kan Krop dit zomaar opschrijven en onweersproken laten? Alsof elke enigszins idealistische (zelfs mystieke) variant van de spinozistische immanentiefilosofie automatisch, dus ‘logisch’ in nationaal-socialistisme zou uitmonden!?

Ik denk – teruggrijpend op Carps eigen benadrukking - dat ‘het subjectieve van elke denkrichting’, de richting waarin de eigen ‘metafysische behoefte’ zich emotioneel oriënteert, eerder een verklaring is voor zowel een keuze voor een wereld- en levensbeschouwing als voor een keuze in een politieke handelingsrichting.
Het een ligt niet automatisch in het verlengde van het andere.

Mijn conclusie op dit punt. Carp was een zeer serieuze ‘student’ van Spinoza. Hij heeft zich langdurig en intensief met Spinoza bezig gehouden. Hier en daar legt hij Spinoza ietwat of zelfs veel te idealistisch uit. Oké, een goed en filosofisch lezer neemt niets voor zoete koek. Maar je vindt bij hem teksten die je kunnen helpen beter inzicht in Spinoza te krijgen. Het zou jammer zijn als we, vanwege zijn foute nationaal-socialistische verleden, zijn Spinoza-prestaties geheel zouden wegmoffelen en geen nuttig gebruik zouden maken van zijn soms best goede studieresultaten.

En het aanhangen van een filosofie is nergens een garantie voor of tegen. Laten we maar bescheiden blijven. 

Krop, H.A. (1998) Filosofie als levensleer. De spinozistische en hegelsche beschouwingswijze in het interbellum. In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland, 9 (1998), 13 pp., 26-42

--  (1999). Johan Herman Carps spinozistische kritiek op de parlementaire democratie. Een wijsgeer tussen nationaal-socialisme en conservatisme. In: Geschiedenis van de Wijsbegeerte in Nederland, 10 (1999), 13 pp., 62-74

Reacties

Bij dezen wil ik, waar anderen weer verstek laten gaan, graag een woord van waardering uitspreken voor de vier blogs, die je aan Carp hebt gewijd. Zij zijn informatief en evenwichtig. En wat nog belangrijker is: zij nodigen uit tot verdere studie. Mij, als ex-Hegeliaan (wat je niet bekend zal zijn) frappeerde in het bijzonder nog eens, dat aan het geval Carp duidelijk wordt hoeveel kwaad Hegel heeft aangericht in de geschiedenis van het Europese denken en hoe zeer idealisme en natuurwetenschap onverenigbaar zijn.

Carp mocht dan wel een "spinozist" zijn maar hij was toch vooral een rechts(filosoof) en als leerling van Krabbe ook vroeg beïnvloed door Carl Schmitt en de Duitse rechtsfilosofie en de Kantianen. Spinoza was blijkbaar voor hem een Spielerei om wat aan de Haagse weg te timmeren.

@ Andre Mommen. Dank voor uw reactie.
Carp was inderdaad in hoge mate een rechts(filosoof) en ontpopte zich later tevens als een zeer rechts politicus. Maar Spinoza betekende voor hem beduidend meer dan Spielerei; daarvoor heeft hij zich er te veel en te intensief en te serieus mee bezig gehouden dan dat het slechts als een spelletje zou zijn om aan de Haagse weg te timmeren. Ook internationaal telde hij mee in de internationale vereniging Societas Spinozana, waarvan hij in het bestuur zat.

Merkwaardig is dat hij na mei 1940 zich niets meer aan Spinoza gelegen laat. Dat laat zich uiteraard verklaren door zijn rol naast en achter Mussert. Hij had nochtans ook Spinoza mogen aanhalen in zijn verdediging tijdens zijn twee processen in 1946, maar deed dat niet. En liet na nog wat te publiceren, voor zo ver ik weet, over Spinoza. Dat deed hij enkel over de geschiedenis van het Spinozahuis in Den Haag in 1977 bij de 50-jarige herdenking en dan anoniem in een boekje "bezorgd" door G. van Suchtelen (dat "gele boekje"). Hoe serieus zijn studie van Spinoza is geweest is moeilijk in te schatten. Carp maakte van Spinoza een "godzoeker" en dreef steeds verder in de richting van het irrationalisme en dus de religiositeit weg. Op het einde was Spinoza voor hem een alibi geworden. Wat hem na 1940 ook nog zeer zuur had kunnen opbreken want de Duitse nazi's lachten daar niet mee. En zijn brochure over Goethe en Spinoza uit 1932 werd toen door K. O. Rabl eens tegen het licht gehouden en daarover rapporteerde de laatste ook nog. Wat de Societas Spinoza betreft heb ik de indruk dat hij er als een vreemde eend in de bijt zat. Met allemaal buitenlandse professoren, terwijl hij de "inboorlingen" zo veel als mogelijk op functionele afstand hield, wat de "Rijnsburgers" allicht niet leuk hebben gevonden. En waar ze ook hun ongenoegen over hebben gelucht.

Hoewel ik een vreselijke afkeer heb van de manier waarop Carp met Spinoza omgaat en hem helemaal vervormt in de richting van de Hegeliaanse dialektiek, moet ik toch erkennen dat hij twee momenten in Spinoza's 'staatsdenken' aanwijst,waarvoor men zich terecht op Spinoza kan beroepen: a) dat er niks verkeerds is met nationalisme; b) dat recht en rechtvaardigheid de hoogste norm zijn voor een gezonde staat en een vorm van socialisme derhalve een elementaire eis is. Die twee hebben ook nog met elkaar te maken. Met volstrekt open grenzen kan men moeilijk sociaal welzijn bereiken. Het is vooral het Hegeliaanse gif dat hem heeft doen bezwijken voor de 'nationaal-socialistische fascistische ideologie'. Hem ontbrak het aan inzicht in de onvermijdelijke democratische basis.

Ik heb eerder de indruk dat hij Hegel er "functioneel" heeft bijgehaald om zijn rechtsfilosofie in een historisch noodzakelijke en inhoudelijke plooi te laten vallen. Zijn "plakwerk" valt meteen op. Het eindpunt is dan dat hij de "gemeenschapsgedachte" laat eindigen in een pleidooi voor een fascistische dictatuur. In zijn proefschrift over het bolsjewisme is hij in zekere mate een aanhanger van de "radendemocratie" geweest en alleen de uitsluiting van de bourgeoisie wijst hij netjes af. Merkwaardig is ook dat hij op een zeker moment (in 1936) zijn religieus spinozisme bij de Woodbrookers tracht binnen te brengen. Ook dat is ten slotte niet zo verwonderlijk, want ook daar heerste de "gemeenschapsgedachte". Van Senden, een Woodbrooker, is dan al zijn compagnon in het Haags spinozistische circuit. Ook Van Senden wordt nationaal-socialist en - naar men zegt - echter nooit lid van de NSB; maar hij wordt wel na 1945 "kaltgestellt". Het lijkt er op dat Spinoza voor Carp een soort uitlaatklep was, allicht wegens een saaie baan aan het provinciehuis in Den Haag. Met Spinoza vierde hij, door zijn gedrevenheid, bepaalde maatschappelijke successen; hij wist heel wat voor mekaar te krijgen.
Mijn indruk is voorts dat Carp een "politieke spinozist" was die extra middelen probeerde in te zetten om zijn politieke ideeën ingang te doen vinden. Uiteindelijk kwam hij bij de nationaal-socialistische ideologie uit. Want die had haar "deugdelijkheid" in buurland Duitsland inmiddels al bewezen.