Roger Scruton (1944) over Spinoza blijft spannend

Tot mijn vreugde zag ik dat Mark Behets op "Spinoza in Vlaanderen” een bespreking bracht van het boek Spinoza van Roger Scruton dat in 1986 verscheen bij de Oxford University Press en in 2000 in vertaling van Hessel Daalder in de reeks Kopstukken van uitgeverij Lemniscaat werd opgenomen. [Zie hier] Het was voor mij aanleiding nog eens te kijken naar mijn bespreking van 24 juli 2009, waar ik ook een later boek van Scruton bij betrok. Mark en ik zijn net zo enthousiast over de kwaliteit waarmee Scruton moeilijke zaken weet uit te leggen.

 

Bekijk de afbeelding op ware grootteIk herinner me nog goed hoe ik lange tijd profijt trok uit de manier waarop hij de twee-aspect-benadering uitlegde, n.l. hoe je op twee manieren naar een schilderij kunt kijken: naar de voorstelling die de schilder uitdrukt en naar het materiaal waaruit het schilderij bestaat en de manier waarop het ontstaan is. Dat levert twee semantisch volstrekt verschillende  verhalen: een kunstbeschouwing en een materiaal-analyse. Ik blijf het een knappe uitleg vinden, ook nadat ik later ontdekte dat het voor het echt begrijpen van Ethica 2/7 een niet geheel passende uitleg is. De orde en het verband van het ene verhaal en dat van het andere verhaal in het voorbeeld zijn niet gelijk, zoals de orde en samenhang van dingen en de erbij passende ideeën wel gelijk zijn: één orde en samenhangend verband uitmaken. Wel semantisch (attributief) verschillend, maar qua orde en verband gelijk en hetzelfde. Daarover is een en ander te lezen in het net door de VHS uitgebrachte boekje van Chantal Jaquet, From Parallelism to Equality: The Nature of the Union of Mind and Body in Spinoza. [Mededelingen vanwege het Spinozahuis nr. 104, met de lezing van 26 mei 2012. Uitgeverij Spinozahuis, 2013]
Nogmaals, de toelichting van Scruton heeft me als beginnend Spinozist wel flink op weg geholpen.

 

Maar ik was toen ik Scruton’s Spinozaboekje las al wel zover gevorderd dat ik goed in de gaten had hoe hij er ver naast zat bij zijn uitleg van Deus sive Natura (dat hij las als Deus aut Natura), terwijl ik ook heel goed doorhad hoe die misinterpretatie ontstond: Scruton geloofde blijkbaar nog op een conventionele manier in God – het transcendente. Ik verwijs daarvoor naar mijn bespreking van 24 juli 2009, waarin ik de belangrijkste passage rood markeerde.  

Niet het zgn. 'transcendente' van het Kantiaanse sublieme van een universum-ervaring wijst Spinoza af (die kent Spinoza ook in zijn amor Dei intellectualis; al zou hij die nooit transcendent noemen, want ook die ervaring beleven we gewoon in onze natuur), maar het transcendente in een bovennatuurlijke, de gewone orde van de natuur te buiten gaand domein - die is er voor Spinoza niet: voor hem is er maar één natuur. Hij verwerpt zowel het Aristotelische verschil tussen het bovenmaanse en ondermaanse (die de fysica al losliet), maar ook tussen het theologische supranaturalistische, transcendente domein (van God en van wonderen etc.) en het gewoonnatuurlijke domein. Er bestaat geen “transcendente werkelijkheid”, waarvan "glimpen zijn op te vangen in de esthetische ervaring en in het leiden van een moreel zuiver leven" (de termen voor zo'n moreel leven komen niet van elders...). Scruton volgt daar de (eveneens gelovige) Kant en Mark lijkt mee te gaan met Scrutons bewering dat Spinoza dus ongelijk heeft in zijn afwijzing van het transcendente.

 

Opvallend vind ik dat Mark Behets (in navolging van Scruton?) in zijn bespreking de relatie tussen adequaatheid en waarheid van een begrip precies andersom behandelt dan zoals Spinoza het ziet. Inderdaad combineert Spinoza een coherentietheorie van het (‘holistische’) kennen met een correspondentietheorie van de waarheid. Maar voorop staat bij hem het eerste: de adequaatheid van begrippen (als intrinsiek kenmerk overeenkomend met het complete idea) vertoont daarom ook de kenmerken van het ware (het extern overeenkomen met het ideatum, het object van de idee). De overeenkomst ‘van binnenuit’ is bij hem primair en hét criterium van het ware. Het van buitenaf idee en zaak vergelijken en waarheid vaststellen is bij hem secundair. Maar inderdaad, even eenvoudig uit te leggen is zijn theorie niet.

Mark, misschien kan Ursula Renz: Die Erklärbarkeit von Erfahrung. Realismus und Subjektivität in Spinozas Theorie des menschlichen Geistes [Klostermann in Frankfurt am Main, 2010] je helpen om het begrip Idea, adequaatheid, waarheid, identiteit/gelijkheid en nog zoveel meer wat beter te vatten. Het vraagt wat worstelen, lezen en herlezen (want het is en blijft moeilijke materie), maar ook zij kan erg goed uitleggen. En het voordeel is (en dat is een groot verschil met Scruton) dat je dan met iemand te doen hebt die Spinoza door en door serieus neemt en in zekere mate 'aanhangt'. Als je haar naam ingeeft in het zoekvenster bij dit blog, kun je al een en ander van haar te weten komen. Binnenkort hoop ik meer over dat boek te gaan bloggen.

 

Reacties

Stan,
Het doet me uiteraard plezier dat je mijn stukje gelezen hebt en er hier uitgebreid op ingaat, dank daarvoor.
Ik heb echter de indruk dat ik me vrij onduidelijk heb uitgedrukt, want ik ben het grotendeels eens met wat je hierboven schrijft, en had verschillende stellingen dus anders bedoeld dan jij uit het stukje begrepen hebt.
Ik ben het met jou en Spinoza eens om een transcendente God (transcendent in de zin van bovennatuurlijk) af te wijzen. Mijn reden: er zijn geen overtuigende "aanwijzigingen" dat dit niveau zou bestaan, ook al kunnen we nooit "bewijzen" dat dit transcendente niveau niet bestaat. Scruton gelooft van wel, ik neem aan dat hij ervaringen heeft die hem overtuigen dat er "iets" bovennatuurlijks bestaat, maar deze kunnen natuurlijk nooit meer dan een "persoonlijk" argument zijn. Tussen haakjes, ook Jonathan Bennett heeft een "verhaaltje" aangehaald waarmee hij suggereert dat Spinoza een bepaalde soort van ervaring mist, zie op de website "Spinoza in Vlaanderen", bijdrage "Jonathan Bennett, Glimpen van Spinoza", pag. 19 t.e.m. 21.
Verder had ik jouw bespreking van 2009 wel degelijk gelezen, maar de "passage in het rood" komt uit een andere uitgave van Scruton. Ik verwerp die passage natuurlijk, maar ze komt niet voor in het boekje dat ik besprak.
Wat de adequaatheid betreft, ben ik in mijn bespreking wel begonnen met het "correspondentieaspect", maar ik ben het er volledig mee eens (en Scruton m.i. ook) dat het coherentieaspect het essentiële is: alle ideeën corresponderen, maar alleen de adequate zijn coherent.
Bedankt ook voor de verwijzing naar Ursula Renz, maar mijn Duits is niet zo sterk dat ik moeilijke teksten probleemloos kan vatten... Ik ga dus met plezier eerst jouw blog er over afwachten.

Mark, dank voor je reactie, waaruit grote overeenstemming spreekt. Ik begrijp dat je de door mij rood gemarkeerde passage uit een ander boek van Scruton niet in je bespreking kon gebruiken, maar die is wel heel sprekend om Scruton mee te leren kennen.

Je verwijzing naar Jonathan Bennett, "Glimpen van Spinoza" was aanleiding om het weer eens te lezen. Zijn bezwaar tegen Spinoza, waarmee hij eindigt (dat hij zou "kiezen voor een bestaan zonder emoties") haalt zichzelf al onderuit, want dat bepleit Spinoza zeker niet (zie o.a. 4/45s): hij adviseert genieten met matiging geen uitroeiing.
Bennetts gebruik van het prachtige verhaal van Isaac Bashevish Singer bewijst uiteraard niets over Spinoza (hetgeen voor elke receptie geldt). Bij dat verhaal is nuttig te weten dat Singer van jongsafaan een gemengde 'haat-liefde'-verhouding tot Spinoza had en almaar meer van hem vandaan groeide. Zie mijn twee blogs over Isaac Bashevish Singer.
Nog iets: in “The Spinoza of Market Street” proef je een lezen van Spinoza's filosofie die sterk beïnvloed is door die van Bayle en de latere Duitse idealistische romantici. Alles een kwestie van receptie (en dat geldt uiteraard ook voor het bestuderen van Spinoza in onze tijd.