Spinoza en Jezus

Een reactie op een recent blog is voor mij aanleiding een blog te brengen waarin ik op wat literatuur over Spinoza en Jezus wijs. De laatste jaren is almaar meer het besef doorgedrongen, vooral ook van joodse zijde, dat zowel Jezus als Spinoza van joodse afkomst zijn – en volgens velen altijd joods gebleven zijn. Dat beiden tot de invloedrijksten in de joodse geschiedenis gerekend dienen te worden, wordt wel algemeen erkend, maar over die betekenis zelf lopen de meningen zeer uiteen. Geen wonder dat er ook almaar groeiende literatuur is waarin beiden met elkaar vergeleken worden.

Spinoza behandelt in zijn TTP de beide centrale figuren van het jodendom en het christendom: Mozes en Jezus (hij spreekt bijna altijd van Christus). In de Ethica heeft hij het één keer over Christus (als hij verwijst naar de aartsvaders die de vrijheid herwonnen, geleid door de geest van Christus, dat wil zeggen de idee van God - ducti spiritu Christi, hoc est Dei idea - in 4/68s). Mozes ziet hij in de TTP als staatsman, d.w.z. wetgever en profeet; Christus brengt geen wetten, maar is een wijze leraar, die een morele leer brengt van waaruit hij de gegeven wetten ook kritiseert. Mozes gaat het om vrede, veiligheid en voorspoed in de staat, Christus richt zich vooral op het gemoed en het geweten; hem gaat het om de bevrijding van het individu van het juk van de slavernij van de wet.

Vele joden (begonnen vooral bij Hermann Cohen) hebben zich geweldig boos gemaakt op de verschillende behandeling door Spinoza van jodendom en christendom, van Mozes en Jezus. De laatste beoordeelde hij erg positief: als een bijzondere wijze, een filosoof zelfs.

Steven Frankel, "The Invention of Liberal Theology: Spinoza's Theological-Political Analysis of Moses and Jesus." In: The Review of Politics, Vol. 63, No. 2. (Spring, 2001), pp. 287-315. De PDF daarvan is te vinden op de roofsite van Gary Zabel.

Hét grote verschilpunt tussen Spinoza, die een immanente, niet-persoonlijke God kent (waarvoor wij tot een soort intellectuele liefde kunnen komen (amor Dei intellectualis), en het christendom is dat de laatste het idee verspreidt dat (de transcendente) God mens geworden is in Jezus en dat Jezus door zijn dood de erfzonde van de mens overwon en daarna weer uit de dood opstond. Dit verschil van inzicht is het uitvoerigst naar voren gekomen in het laatste gedeelte van briefwisseling met Oldenburg (ik heb voorgesteld die als ‘de brieven over de opstanding’ aan te duiden) Zie dit blog  

  In dat blog gaf ik ruim aandacht aan het hoofdstuk van Yitzhak Y. Melamed “’Christus secundum spiritum’: Spinoza, Jesus, and the Infinite Intellect”. In: Neta Stahl (ed.), Jesus among the Jews. Representation and Thought. New York: Routledge, 2012, 140-151. [PDF op Melamed's website]
Aanvankelijk had men voor dit boek gedacht aan de titel The Jewish Jesus, maar een boek met die titel bleek al te bestaan bij Princeton - zie hierna. Het geeft aan hoe hot dit thema kennelijk is.

Begin dit jaar verscheen een webpagina van Rabbi Nathan Lopes Cardozo: “Man, God and the Torah - Jesus and Spinoza. The Story of a Jewish Tragedy, waaruit ik citeer: “When reading the story of Yeshu one is reminded of another Jew who, like Yeshu, became one of the most influential people in all of history but was also condemned and rejected by the Jews – Baruch Spinoza of Amsterdam (1632-1677). He, too, had been fully part of the Jewish community, then started to oppose Judaism, broke away at a young age and became one of the greatest secular Jewish philosophers ever. He, too, is admired by millions. What both men have in common is that they were mistreated by the rabbis of their days. According to the Talmud, Yeshu was rejected by the influential Rabbi Joshua ben Parchia for having made an indecent comment. The rabbi immediately excommunicated him. Though Yeshu approached him several times and asked for forgiveness, the rabbi did not listen. By the time he had second thoughts, an inadvertent wave of his hand made Yeshu believe that there was no way he could ever re-enter the community. He then began to worship idols and was lost evermore to the Jewish community. Because of this tragic incident the Talmud warns, “Let the left hand repel but the right (stronger) hand invite, unlike Rabbi Joshua ben Parchia who repulsed Yeshu with both his hands” (lees aldaar).

Harold Brackman, “Jesus, Spinoza, and Jewish Modernity”. In: Midstream, a quarterly Jewish Review, January/February—2005 Volume LI No. 1. Dit artikel met 70 eindnoten is bij thefreelibrary te vinden.

Zo is er een boek van Rabbi Shmuley Boteach, Kosher Jesus, die Jezus voor het jodendom terugclaimde als een religieuze jood die de strijd aanbond tegen de Romeinse tirannie. Dat boek trok veel aandacht, maar lokte ook heftige reacties uit van de kant van orthodoxe joden. De Canadese rabbijn en geleerde Immanuel Schochet bepaalde dat Kosher Jesus ketters is en deed de uitspraak 'dat het voor iedereen verboden is het boek te kopen of te lezen'.

Serieuzere werken schijnen

Peter Schäfer, The Jewish Jesus: How Judaism and Christianity Shaped Each Other. Princeton University Press, 2012

Daniel Boyarin, The Jewish Gospels. The New Press, 2012
Beide boeken laten de dynamische relatie zien van het vroege christendom en het jodendom, waartussen veel uitwisseling plaats had.

Aanvulling

Michael Shapiro maakte in The Jewish 100. A Ranking of the Most Influential Jews of All Time [Carol Publishing Group, 1994] een merkwaardige ranglijst naar belang van alle hem bekende joden. Op zich is al opvallend hoe sommige joden (net als sommige antisemieten) het nodig vinden om precies bij te houden wie jood zijn. En hoe je dan ook nog die volgorde van belangrijkheid vaststelt... joo(d)st mag het weten.
Enfin ik geef hier het eerste deel van die lijst, waarin Jezus op de 2e en Spinoza op de 10e plaats staat.

1. Mozes
2. Jezus van Nazareth
3. Albert Einstein
4. Sigmund Freud
5. Abraham
6. Saul - Paulus
7. Karl Marx
8. Theodor Herzl
9. Maria, moeder van Jezus
10. Baruch de Spinoza
11. David
12. Anne Frank
13. De profeten
14. Judas Iscariot
15. Gustav Mahler
16. Maimonides
17. Niels Bohr
18. Moses Mendelssohn
19. Paul Ehrlich (bacterioloog, ontw. kuur tegen syfilis)

Franz Kafka (22), David Ben-Goerion (23), Marcel Proust (27), Salomon (29), Heinrich Heine (30), Isaac Luria (kabalist), Leon Trotsky (35), Alfred Dreyfus (37), Gertrud Stein (42), Philo Jedaeus (44),, Golda Meir (45), Henri Bergson (47), de Baal Shem Tov (48), Felix Mendelssohn (49), Arnold Schönberg (54), Emile Durkheim (55), Leonard Bernstein (65), Flavius Josephus (66), Walter Benjamin (67), Anna Freud (74), Martin Buber (76).

 

Reacties

In je eigen inleiding op dit informatieve literatuurblog, Stan, mis ik node ook maar het geringste besef van Jezus' strijd voor rechtvaardigheid in de samenleving van destijds. Hij was volgens Spinoza inderdaad een eerste klas filosoof, een ethicus ook, die zich inzette voor het vervullen van de wet, de politieke wet wel te verstaan, met hart en ziel. Natuurlijk brengt hij zelf geen wetten, ook geen vernieuwing van de bestaande wetten, hij is geen wetgever. Tot de laatste jota dient men zich daaraan te houden. Als de staat echter totaal corrupt is, kan men beter zijn jas afgeven wanneer misdadigers die van je afpersen. Zie mijn hoofdstuk 3 in DIRECTE DEMOCRATIE, vooral sectie 2 dat een totaal nieuwe interpretatie geeft van TTP 7. Als leerling van Van den Enden, die Jezus typeerde als "gemenebestbetrachter van alle volkeren", ziet ook Spinoza Jezus primair als een politiek gemotiveerde strijder. "Heb uw naaste lief als uzelf" betekent: vecht voor het algemeen belang, dat van al uw 'medeburgers' (= Spinoza!) als dat van uzelf. Geen naastenliefde op wereldschaal gevraagd!

Geachte heren Verdult en Klever,

Vaak wordt gesteld dat het verschil tussen jodendom en christendom is dat de eerste particularistisch is (het is het geloof dat uitsluitend aan het Joodse volk gegeven is) en de tweede universalistisch (het christendom is volgens christenen het ware geloof voor de gehele mensheid, reden waarom er aan christelijke missie moet worden gedaan.) Ik begrijp uit het hierboven door de heer Klever geschrevene dat Van den Enden en Spinoza menen dat Jezus zelf geen universalist was, maar een particularist: hij was immers 'niet bezig met naastenliefde op wereldschaal, maar met het algemeen staatsbelang'. Gezien het feit dat deze focus op de nationale gemeenschap meer particularistisch joods is dan universeel christelijk, is het wellicht terecht dat sommigen menen dat Jezus altijd joods gebleven is of in ieder geval nooit "christen" geweest is. Het universalistische christendom is eigenlijk pas gesticht door Paulus (voorheen Saul) die volgens Spinoza, omdat hij de boodschap ook moest overbrengen aan filosofisch geschoolde heidenen, het meest heeft gefilosofeerd van alle apostelen.

Wat ik niet begrijp van het verhaal van de heer Klever is hoe Spinoza's interpretatie van Jezus zo particularistisch of nationaal georiënteerd kan zijn als Klever stelt dat deze is wanneer Spinoza:
a) het jodendom steeds bekritiseert vanwege dit particularisme en nationalisme, en Mozes steeds negatief doet afsteken ten opzichte van Jezus. Mozes zou een politicus zijn die een nationale wetgeving heeft gebracht die hij trachtte te vestigen door middel van dreigementen, een wetgeving voor een natie die zonder staat volkomen betekenisloos is geworden. Jezus zou een filosoof zijn die de ware religie heeft gebracht voor alle volkeren die hij trachtte te onderbouwen door middel van redelijke argumenten. Een ander bijvoorbeeld van Spinoza's afkeer van het particularisme staat in dat roemruchte hoofdstuk 3 van de TTP waarin Spinoza de overtuiging dat het Joodse volk "uitverkoren" zou zijn neerzet als weerzinwekkend superioriteitsgevoel van de Joden in plaats van te schrijven dat iedere groep, zelfs een voetbalclub, dit geloof beter te zijn dan de anderen nodig heeft om als groep te kunnen blijven bestaan.
b) "Christus" en Paulus aanprijst als echte filosofen die de Goddelijke wet begrepen hebben en misprijzend spreekt over de Joodse profeten die niet argumenteerden maar dreigden. Als het Spinoza in de TTP allemaal te doen is om de nationale staat en de gehoorzaamheid aan de nationale autoriteiten, waarom schamperde hij dan niet wat minder over de wijze waarop de joodse profeten gehoorzaamheid trachtten af te dwingen van hun eigen volk en waarom schreef hij zo vol lof over het filosofische gehalte van de apostelen, gericht op alle volkeren in plaats van alleen het Joodse?
c) zijn opsomming van de zeven dogma's van het universele geloof in hoofdstuk 14 van de TTP. Als Spinoza dacht dat de boodschap van Jezus gericht is op het algemeen belang van de burgers in de staat en niet op naastenliefde op wereldschaal, waarom spreekt hij dan van 'de leerstellingen van het algemeen geldend geloof'?

De door Stan Verdult aangehaalde Steven Frankel maakt in ieder geval duidelijk dat de tegenstrijdigheden in de TTP, waar Stan Verdult en ik het in een vorig blog (veel te) kort over gehad hebben niet zo makkelijk onder het tapijt te vegen zijn.

Hoogachtend,
Yoram Stein

Yoram,
Waar vind jij in de TTP de woorden "weerzinwekkend superioriteitsgevoel" van de Joden?

Yoram,
Je lijkt wel én het programma én de boosheid van Hermann Cohen uit de 1920-iger jaren te hebben overgenomen. Gaan we dat hier allemaal nog eens dunnetjes overdoen?
De zgn de tegenstrijdigheden in de TTP, waarmee je in een reactie op dat vorige blog (dat ik bovenaan noem) kwam heb ik in mijn antwoord aldaar onderuit gehaald. Nu doe je, zonder nadere reactie daarop, alsof die tegenstrijdigheden nog steeds overeind staan.
Tenslotte, je wilt in één reactie zowel Spinoza (zoals jij hem leest) bestrijden als de - oké enigszins idiosyncratische - lezing van Klever bestrijden. Dat is erg veel ineens.
Een algemene godsdienst en toch alleen gericht op de staat, kan dat; ja dat kan: in meerdere staten kan een godsdienst van ongeveer eenzelfde algemene inhoud beleden worden. In zoverre kunnen zowel het Nieuwe Testament als de TTP zowel in Nederland als in andere landen met vrucht gelezen worden.
Van "weerzinwekkend superioriteitsgevoel" van de joden sprak Spinoza niet, dfat weet jij ook wel - daarin druk jij jouw boosheid uit.

Yoram: Jezus is een authentieke Jood. Zijn profetie spoort perfekt met die O.T. profeten. Is dat genoeg? Verder denk ik, dat u de TTP zou moeten herlezen. Mijn DEFINITIE VAN HET CHRISTENDOM. DE TTP VERTAALD EN VERKLAARD (Delft:Eburon) is wellicht behulpzaam.

Beste Mark,

Hoofdstuk 3 van de TTP gaat over de uitverkorenheid van het joodse volk. Spinoza begint dit hoofdstuk met een uiteenzetting over de blijdschap van degene die meent dat hij als enige gelukkig is, met uitsluiting van alle anderen. Spinoza schrijft hierover: 'De blijdschap die hij uit zijn besef put, is ofwel kinderlijk, of komt voort uit louter naijver en kwaadaardigheid.'
Deze passage die duidelijk betrekking heeft op de Joden die door Spinoza op zijn vriendelijkst als "kinderlijk" of op zijn minst vriendelijk als "kwaadaardig" worden weggezet, is degene die ik geparafraseerd heb door te schrijven over "weerzinwekkend superioriteitsgevoel". Die parafrasering lijkt mij verdedigbaar. Door uitverkorenheid op deze manier neer te zetten - als een je verkneukelen in het feit dat jij zogenaamd beter bent dan de anderen - heeft Spinoza de moderne jodenhaters een grote dienst bewezen. Steeds opnieuw is dit in de moderne tijd tegen de joden ingebracht: jullie voelen je beter, he? De waarheid is echter dat uitverkorenheid niets te maken heeft met gevoelens van blijdschap. Het heeft te maken met verplichtingen. Joden dienen zich van hun God aan veel meer verplichtingen te houden dan niet-Joden.

Met hartelijke groet,
Yoram

Beste Stan,

Ik meen een lichte irritatie te bespeuren over het feit dat ik niet gereageerd hebt op hoe jij "de zogenaamde tegenstrijdigheden in de TTP onderuit heb gehaald". Ik heb daar toen wel op gereageerd door te zeggen dat er op dit punt een discussie gaande is in de secundaire literatuur, waarin zowel jouw als mijn standpunt verdedigd wordt. Ik heb toen ook geschreven dat ik deze discussie nog beter moet bestuderen om er een oordeel over te geven, en heb je daarom niet meteen van repliek gediend.

Maar nu schrijf je in je blog over Steven Frankel. Ik ben toen van hem gaan lezen 'Spinoza's dual teching of Scripture: his solution to the quarrel between reason and revelation', 'Politics and rhetoric: the intended audience of Spinoza's Tractatus Theologico-Politicus' en het door jou genoemde 'The invention of liberal theology: Spinoza's Theological-Political Analysis of Moses and Jesus'. Wat ik mij afvraag is of jij Steven Frankel die je aanhaalt wel gelezen hebt?

Frankel bevestigt namelijk twee van de drie tegenstrijdigheden die ik noemde, maar haalt daarnaast nog veel meer tegenstrijdigheden aan dan degene die ik heb aangehaald. Zo noemt hij bijvoorbeeld dat Spinoza enerzijds schrijft dat profeten alleen in een droom geacht kunnen worden over een menselijk lichaam te beschikken en een niet-menselijke geest (TTP, I, 16), maar anderzijds schrijft dat "Christus" de openbaring van God rechtstreeks ontving, omdat hij "een perfecte geest" zou hebben. (TTP, I, 21) (Frankel, The invention, 302) Het is slechts een voorbeeld van de vele voorbeelden van tegenstrijdigheden die Frankel geeft, vandaar dat het mij de moeite waard leek om hem en de anderen in de discussie in de secundaire literatuur beter te bestuderen om dan te zien of onze voorlopige oordelen die in al hun voorlopigheid lijnrecht tegenover elkaar staan vol te houden zijn na nadere studie. Maar Frankel zit net als ik voorlopig op de lijn van Hermann Cohen en Leo Strauss. Volgens Frankel is er inderdaad sprake van tegenstrijdigheden in de TTP, zeker ook in de wijze waarop Spinoza het jodendom en het christendom behandelt. Alleen zeggen Strauss en Frankel niet zoals Hermann Cohen dat dit een "onbegrijpelijk verraad" van Spinoza is. Het is eerder een "begrijpelijk verraad" waarmee Spinoza een bepaald retorisch doel beoogde.

Laat mij dan proberen om aan de hand van Frankel en Strauss jouw "weerleggingen" van de "zogenaamde tegenstrijdigheden in de TTP" op mijn beurt weer te weerleggen:

Tegenstrijdigheid nummer 1. Jij schreef: "Hoezo is het gegeven dat Spinoza Jezus als filosoof zag, in strijd met zijn scheidingsthese inzake theologie en filosofie? Jezus was zeker geen theoloog én hij behoorde (daar hij werkelijk bestaan heeft) niet alleen tot het terrein van (was geen eigendom van) theologen. Dus kon Spinoza over wat hij van Christus (hij sprak nooit over Jezus) had opgestoken zijn oordeel geven."

Hieruit blijkt dat je niet helemaal begrepen hebt wat volgens Spinoza het onderscheid is tussen theologie en filosofie. Theologie heeft te maken met religie. Het is dat wat wij van God kunnen leren door de Bijbel goed - dat wil zeggen, volgens de methode van Spinoza - te bestuderen. Wat wij dan leren, is dat wij God moeten gehoorzamen en onze naaste lief moeten hebben. Filosofie is geen religie, maar is hetzelfde als wetenschap. Het is dat wij van God kunnen leren door de natuur te bestuderen. Wat wij dan leren, is de waarheid. Theologie en filosofie zijn gescheiden, omdat het bij theologie gaat om gedrag (je moet gehoorzaam zijn en je naaste liefhebben) en bij filosofie om gedachten (je moet de waarheid inzien). De leer van Jezus is volgens Spinoza een religieuze leer. Toch was hij volgens Spinoza een filosoof. De vraag is: hoe kan Jezus een filosoof zijn en een religie brengen als filosofie en theologie strikt van elkaar gescheiden zijn?

Frankel beschrijft deze tegenstrijdigheid als volgt: 'The conclusion of Spinoza's theology, that "there is no connection or relation between faith or theology and philosophy", because "the goal and foundation of these two faculties differ completely" appears to resolve the problematic relation between philosophy and religion: religion is forced to give up most of its claims to truth and philosophy is forced to submit to the basic tenets of universal faith (XIV, 179) However, such a distinction presents a grave difficulty to the TTP's theological teaching which is built on the assertion that Jesus was a philosopher who taught the divine law. If the superiority of Jesus' teaching rests on his status as a philosopher, then Spinoza's conclusion that philosophy has nothing to do with religion, suggests that Jesus' teachings on the divine law and salvation have nothing to do with religion.' (Spinoza's dual teaching, 273) Maar dat Jezus' leer niets te maken heeft met religie is duidelijk niet de conclusie die Spinoza trekt. Kortom, er is sprake van een tegenstrijdigheid.

Tegenstrijdigheid nummer 2. Jij schreef: 'Waar zit de tegenspraak in "God heeft geen stem, maar toch hoorde Mozes een echte stem"? [Uiteraard was dat niet een niet bestaande stem van een niet bestaande transcendente/antropomorfe God. Het ging er Spinoza alleen maar om vast te stellen wat daar in de Bijbel stond: een echte stem; dat accepteerde hij en wilde hij niet mét Maimonides wegmoffelen].'

Dit zou werkelijk een goede verklaring zijn als hij waar zou zijn. Feit is echter dat er in de Bijbel helemaal niet staat dat God met "een echte stem" tegen Mozes gesproken heeft. Dit is wat Frankel erover schrijft: 'Reading the Bible literally, according to Spinoza, leads to the view that Moses is superior to the other prophets because God spoke to him in a "true voice". (TTP, I, 17) Yet Spinoza's proof texts do not unequivocally support this claim. The biblical passage that Spinoza cites says nothing abou a true voice: "And I will be available to you, and I will speak with you from the ark-cover which is between the two cherubim."(Exodus 25: 22). Similarly the other text to which Spinoza refers as evidence of the literal voice of God - "God revealed himself in Shiloh to Samuel by the word of God"- does not necessarily imply a true voice. In fact, the quotation has nothing to do at all with Moses! Spinoza mentions it only as an example which could be interpreted as a reference to a "true voice" were it not the case that Mozes alone heard this voice. Spinoza's reinterpretation of the phrase "the word of God" to mean "the voice of God", when it could have been understood to be an imagining or a philosophical comprehension of God's truth, only draws attention to Spinoza's awkward attempt to raise the status of Moses above the other prophets.' (The Invention of Liberal theology, 294)

Tegenstrijdigheid nummer 3. Jij schreef: 'Wat is er aan tegenspraak te vinden in de stelling dat ook een meer universele (christelijke) dan een meer particularistische/nationalistisch (joodse) godsdienst zich aan de regeling door de staat dient te onderwerpen?'

Het tegenstrijdige hier is dat Spinoza in het theologische deel het jodendom consequent ondergeschikt maakt aan het christendom omdat het nationalistisch is en het christendom universeel. Om dan vervolgens te zeggen dat het goed is om nationalistisch te zijn en alle religies te onderwerpen aan het gezag van de nationale staat, lijkt moeilijk met elkaar te rijmen. Wat moeten wij volgens Spinoza nu zijn: universalisten zoals de "filosofische" christenen of nationalisten zoals de "bijgelovige" Joden?

Deze tegenstrijdigheid is geen punt dat ik bij Frankel heb aangetroffen. Het wordt inderdaad wel genoemd door Hermann Cohen in diens "Spinoza über Staat und Religion, Judentum und Christentum". Leo Strauss vat Cohens kritiek in zijn inleiding op zijn boek over 'Spinoza's Critique of religion' alsvolgt samen:
''He [Cohen] shows first that in his Theologico-Political Treatise Spinoza speaks from a Christian point of view and accordingly accepts the entire Christian critique of Judaism, but goes much beyond even that Christian critique in his own critique. Spinoza accepts against his better knowledge the assertion of Jesus that Judaism commands the hatred of the enemy. He opposes spiritual and universalistic Christianity to carnal and particularistic Judaism: the core of Judaism is the Mosaic law as a particularistic not to say tribal law that serves no other end than the earthly or political felicity of the Jewish nation; the Torah does not teach morality, i.e. universal morality; the Mosaic religion is merely national: Moses' God is tribal and in addition a corporeal God. (...) He [Cohen] shows then that Spinoza admits the universalistic character of the Old Testament prophecy, thus contradicting himself grossly. This contradiction clearly proves his lack of good faith. Nor is this all. While taking the side of spiritual and transpolitical Christianity against carnal and political judaism, Spinoza contradicts his whole argument by taking the side of the State not only against all churches but against all religions as well.' (Spinoza's Critique of Religion, p. 18)

Uit het feit dat deze kritiek uit de jaren '20 komt, valt niet af te leiden dat deze kritiek onjuist is. Spinoza komt uit de zeventiende eeuw, maar op grond van deze constatering kun je ook niet zeggen dat zijn religiekritiek onjuist is. Mij lijkt deze kritiek van Cohen nog even actueel als die in de jaren '20 was.

Nou ja, ik zou graag willen afsluiten met iets positiefs, iets dat ik al eerder gezegd heb: hoezeer ik dit blog waardeer en dat ik heel veel respect heb voor de wijze waarop je dit allemaal doet.

Met hartelijke groet,
Yoram

Geachte heer Klever,

Dank voor de tip. Ik zal het werk, waar ik dankzij u voor het eerst van hoor, aanschaffen en lezen.

Met vriendelijke groet,
Yoram

@ Yoram
Als er irritatie te bespeuren was, dan was die wel heel erg licht; niet iets om verder aandacht aan te geven. Ik bewonder intussen je grote gretigheid in studie van deze onderwerpen.

Met wat je aan het eind schrijft (“Uit het feit dat deze kritiek uit de jaren '20 komt, valt niet af te leiden dat deze kritiek onjuist is”) ben ik het geheel eens. Ik sprak alleen mijn verbazing erover uit, hetgeen je nu bevestigt (“mij lijkt deze kritiek van Cohen nog even actueel als die in de jaren '20 was”) en vooral dan de begeleidende boosheid over Spinoza’s waargenomen andere behandeling van het jodendom dan van het christendom. Die verbazing blijft.

Van alle punten is dit waar ik het meest over val: om de andere, de verschillende wijze waarop Spinoza het jodendom en het christendom behandelt, “tegenstrijdig” te noemen vind ik vreemd. Anders, verschillend, tegengesteld, in juxtapositie, ja, maar tegenstrijdig, contradictoir, zich tegensprekend, nee.
Wie daarbij ook nog beoordelingen als “onbegrijpelijk verraad” of "begrijpelijk verraad” hanteren, zijn zelf (kennelijk, nog) geworteld in het jodendom. Dat kan ik als niet jood niet meevoelen. Ik zie bij Spinoza uiteraard geen zweem van verraad – maar de onafhankelijke, objectieve positie van de wetenschapper.

Dat ik Spinoza’s onderscheid is tussen theologie en filosofie niet begrepen zou hebben, vind ik een beetje flauw; dit blog zit vol informatie daarover. Ik kan het omgekeerde van jou zeggen. Hoe je dat onderscheid zelf samenvat kan ik op hoofdlijnen accepteren (hoewel ik Spinoza iets anders zou samenvatten; maar ik kan ermee leven). Maar vervolgens ontsnapt Spinoza je toch weer, daar hij wat religie echt is, “ware religie”, ook anders typeert. In de Ethica noemt hij zijn eigen filosofie ook vera religio. In die betekenis kan hij Jezus, die hij als filosoof ziet (nergens staat dat hij Jezus als theoloog zou zien), als iemand die de dingen vere & adaequate (TTP5/10) waarneemt, een ware godsdienst brengen. Er lijkt alleen tegenstrijdigheid voor wie Spinoza’s tekst en bedoeling niet volledig laat doordringen. De tegenstelling in de TTP is die tussen theologie (en de daaruit stammende godsdienst) en filosofie; waarbij theologie datgene is wat de theologen brouwen van hetgeen de profeten - grotendeels vanuit fantasie - gebracht hebben - hetgeen niet is waar Spinoza Jezus van beticht, die de zaken met de rede, vere & adaequate, ziet. Jezus kan dus zowel filosoof zijn als een ware religie gebracht hebben (waar theologen en de clerus vervolgens wel weer een potje van maken).

Op de “tegenstrijdigheid nummer 2” over ja dan nee een “stem van God” gehoord hebben, ga ik niet in. Dat laat ik over aan degenen die echt de Bijbel willen uitpluizen en Spinoza’s referenties willen controleren. Dat gaat mij te ver en voorbij mijn interesse. Ik volgde in mijn reactie alleen hetgeen ik bij Spinoza had gelezen. Dieper heb ik niet de behoefte erin te duiken.

Op de kwestie die je aan het eind behandelt, mede op grond van de reactie van Klever, wens ik niet in te gaan. Dat laat ik aan hem over.

Tenslotte nog dit: ik heb Steven Frankel niet “aangehaald” (geciteerd) alleen gesignaleerd. Niet alle publicaties die ik in mijn blogs noem heb ik gelezen, vaak signaleer ik alleen maar – geef ik iets door. Daarnaast geef ik mijn leeservaringen (recensies).

Wat je vraag betreft of ik het artikel van Frankel gelezen heb: ja, maar slechts ‘diagonaal’, dus niet grondig. Ik haak af als ik zie dat de bekommernis van een auteur niet helemaal de mijne is.

Beste Stan,

Je verbazing over verontwaardiging bij Joden over anti-Joodse stereotypen verbaast mij op mijn beurt weer. Dat Joden boos worden over anti-joodse vooroordelen, is dat, voor iemand die de geschiedenis een beetje kent, werkelijk zo moeilijk te begrijpen? Kun je je echt niet voorstellen dat Joden een beetje boos worden als een Jood die beter weet opzettelijk inspeelt op christelijke vooroordelen ten opzichte van het jodendom, en net doet alsof het christendom een serieuze filosofie zou zijn, maar het jodendom een vorm van tribaal bijgeloof? Kun je mij uitleggen wat precies aan deze verontwaardiging verbazingwekkend of lastig te begrijpen is?

Ik begrijp dat je als niet-Jood geen uitspraak wil doen over het "verraad" - begrijpelijk dan wel onbegrijpelijk - van Spinoza vis a vis de Joden. Maar als Spinoza zichzelf op allerlei punten tegenspreekt en allerlei zaken verdraait, het jodendom, Mozes en de profeten zwarter neerzet dan ze zijn en het christendom, Jezus en de apostelen rooskleuriger neerzet dan zij zijn, dan is het "verraad" van Spinoza vooral en in de eerste plaats een verraad ten opzichte van de waarheid en pas in de tweede plaats een verraad ten opzichte van zijn eigen volk waar hij geen deel meer van wenste uit te maken, en over dit eerste verraad kun je je wel degelijk uitspreken, zo dunkt mij.

Natuurlijk moeten wij het dan wel eerst eens worden over de vraag of Spinoza zichzelf in de TTP tegenspreekt en dat zijn wij dus nog niet. Ik merk dat je wel bereid bent om mij met betrekking tot tegenstrijdigheid nummer 2 gelijk te geven. Tegenstrijdigheid nummer 3 laat je aan de heer Klever over, maar alleen op de eerste tegenstrijdigheid ga je in. Aangaande die eerste tegenstrijdigheid wil ik niet flauw doen, maar alleen constateren dat wij van mening verschillen over de betekenis van "theologie"bij Spinoza. Ik ben het er niet mee eens dat theologie volgens Spinoza simpelweg zou zijn "wat de theologen van de Bijbel brouwen", zoals jij schrijft. Theologie is in de TTP de serieuze studie van de Bijbel, en daarmee dus van de profeten en de apostelen. De theologie wordt als geloof - 'het hebben van zodanige meningen over God, dat als men die niet heeft, de gehoorzaamheid jegens God logisch wordt opgeheven, en dat als men deze gehoorzaamheid poneert, noodzakelijkerwijs ook de meningen worden geponeerd' (TTP, XIV, vert. Akkerman, 326) - gescheiden van de filosofie of de wetenschap. Filosofie of wetenschap maakt gebruik van de rede, het natuurlijk licht, geloof beroept zich op de openbaring, op een bovennatuurlijk licht. Spinoza schrijft in de vertaling van Akkerman in hoofdstuk 14: 'Aangezien we echter de grondslag van de theologie, dat namelijk de mensen alleen door gehoorzaamheid behouden, met de rede niet als waar of onwaar kunnen bewijzen, kan men ons dus ook nog tegenwerpen waarom wij dit dan geloven. Als wij het zonder de rede, als blinden, aanvaarden, handelen wij dus ook dwaas en zonder oordeel. Maar als wij daarentegen willen beweren dat deze grondslag met de rede bewezen zou worden, dan zou de theologie een deel van de filosofie zijn en dan zou zij er ook niet van gescheiden moeten worden. Maar hierop antwoord ik dat ik absoluut stel dat dit fundamentele leerstuk van de theologie niet met het natuurlijk licht onderzocht kan worden (of althans dat er niemand geweest is die het bewezen heeft) en dat daarom de openbaring hoogst noodzakelijk is geweest, maar dat wij niettemin ons oordeel gebruiken om dit reeds geopenbaarde leerstuk althans met morele zekerheid te aanvaarden.' De passage loopt hierna nog even door, en Spinoza stelt hierin dat wij de leerstellingen uit de bijbel niet kunnen bewijzen, maar evenzeer op de profeten moeten vertrouwen als de profeten vertrouwden op de verbeelding, op een teken en op de goedheid hunner harten. (341, 342) Maar waarom krijgt Jezus die naar mijn weten niets anders predikte dan de andere oude profeten - namelijk om God te gehoorzamen en de naaste lief te hebben - van Spinoza dan wel opeens de titel: "filosoof"? Zou je mij kunnen uitleggen wat het onderscheidende is dat Jezus met de rede gezien heeft? Je suggereert dat Jezus hetzelfde leerde als de auteur van de in de euclidische stijl geschreven Ethica. Zou je de overeenkomst tussen de filosofie van Jezus en die van Spinoza wat kunnen verhelderen? Besefte Jezus dat God en de natuur hetzelfde zijn? Was Jezus zich ervan bewust dat de vrije wil een illusie was? Meende hij dat wij onze emoties op wetenschappelijke wijze dienen te analyseren? Zonder helder antwoord op dit soort vragen tast ik een beetje in het duister rondom de overeenkomsten tussen beiden en blijf ik toch maar bij het standpunt dat Spinoza zich in deze tegenspreekt.

Met respectvolle groet,
Yoram

Beste Yoram,
Dat er reele of schijnbare tegenstrijdigheden kunnen gevonden worden in een moeilijk en uitgebreid werk lijkt me niet zo verwonderlijk. Ook in jouw stellingen meen ik al een tegenstrijdigheid te zien: je stelt eerst dat het “uitverkoren zijn” van het Joodse volk moet vergeleken worden met het geloof dat zelfs een voetbalclub nodig heeft om te blijven bestaan; in een volgende reactie schrijf je dan dat het “uitverkoren zijn” betekent dat God het Joodse volk veel meer verplichtingen heeft opgelegd dan aan anderen.
Belangrijker vind ik de globale betekenis die je aan de TTP wil geven. Als ik je goed begrijp, stel je dat Spinoza als een “verrader” die “zelf koos om niet meer tot zijn eigen volk te willen behoren”, het Joodse geloof wil denigreren tegenover het christendom? Ik kan er niet bij dat je dit zou menen. Ik neem aan dat Spinoza de Joden griefde, maar als hij daarmee bij het christendom een voetje voor wilde, zou hij het wel zeer dom hebben aangepakt. Je kent ongetwijfeld de christelijke reacties op Spinoza en zijn TTP: “een boek gewrocht in het hellevuur”, “hier ligt Spinoza, spuwt op zijn graf”...
Ik zal je wel niet kunnen overtuigen, maar komt het je onaannemelijk voor dat Spinoza met zijn TTP gewoon tot doel had wat hij zelf in de titel schreef: het verzekeren van de vrijheid en vrede in de staat? De waarschuwing –die jij interpreteert als een verwijt aan hele Joodse volk- tegen een verkeerde interpretatie van het “uitverkoren zijn”, past daar bij: als een onderdeel van de bevolking zou menen zich superieur te mogen voelen, is de vrede onhoudbaar in de staat. Dat is een les die vandaag nog altijd actueel is: (sommige) Vlamingen tegen Walen, (sommige) Duitsers tegen Grieken, (sommige) Israelische settlers tegen Palestijnen in bezette gebieden.

Hallo Mark,

Je schrijft dat je me niet zult kunnen overtuigen, maar dat weet ik niet. Misschien dat Spinoza inderdaad tot doel had wat hij in de titel schreef, ik ben daar nog niet helemaal over uit. Dat de TTP vijandig ontvangen is door christenen, is mij natuurlijk bekend. Als argument tegen de stelling dat Spinoza gebruik zou maken van retorische trucs in de TTP heb ik dat zelfs ook al eerder gelezen bij anderen, ik geloof bij Errol Harris in zijn boze artikel over Leo Strauss' suggestie dat de TTP een esoterische boodschap bevat. Net zoals mijn argumenten ook al eerder door anderen naar voren zijn gebracht. Het is niet zo dat deze discussie nieuw is. Het lijkt wel een beetje alsof je denkt dat ik iets nieuws zeg en dat je verbijsterd bent over het feit dat ik dit stel, maar dit is een discussie die zoals gezegd op zijn minst teruggaat tot de jaren '20 toen de Duitse filosoof Hermann Cohen sprak over "het onbegrijpelijke verraad van Spinoza", een samenvatting van de verwijten van Cohen aan het adres van Spinoza aan de hand van Leo Strauss had ik hierboven al gegeven, maar dat was in een vrij lange reactie, met drie citaten uit het Engels, dus ik weet niet of je die helemaal gelezen hebt. Daarin haal ik ook Steven Frankel aan die in een artikel over "Spinoza's dual teachings" stelt dat Spinoza consequent Jezus boven Mozes zet, de apostelen boven de profeten, het Nieuwe Testament boven het Oude Testament, maar dat Spinoza's argumenten voor deze voorkeur zo zwak zijn dat het naar de mening van Frankel gaat om een strategische keuze om de christelijke lezer niet al te zeer tegen het hoofd te stoten, terwijl de filosofische lezer tussen de regels Spinoza's kritiek op alle religies eruit kan destilleren. Spinoza probeerde volgens auteurs als Strauss, Steven Smith en Frankel door met een aantal typisch christelijke vooroordelen ten opzichte van het jodendom in te stemmen een christelijk publiek voor zijn idee van een liberale democratische samenleving te winnen. Dat hij hierin op de korte termijn hopeloos gefaald heeft, is duidelijk, maar wellicht heeft zijn retorische strategie op de langere termijn wel gewerkt. Natuurlijk is dit allemaal omstreden, zeker ook de suggestie dat Spinoza voorstander was van een liberale democratie, maar het is niet zo dat ik dit nu allemaal in mijn eentje zit te verzinnen, terwijl alle weldenkende lieden toch weten dat Spinoza evenzeer tegen het christendom als tegen het jodendom te keer ging in zijn TTP, zoals je lijkt te suggereren. Wat Frankel ook naar voren brengt, is dat Spinoza in de TTP nauwelijks aandacht besteedt aan het Nieuwe Testament en heel veel kritiek spuit op het Oude Testament, en dat de reden die hij daarvoor geeft - hij zou het Grieks niet voldoende machtig zijn - zeer ongeloofwaardig is. Maar uiteindelijk zijn auteurs als Frankel en Smith allemaal schatplichtig aan Strauss die al die punten al genoemd heeft in zijn artikel 'Hoe de TTP te bestuderen' en in zijn inleiding tot zijn Spinoza-boek. Strauss gebruikte Cohens kritiek op Spinoza, maar gaf deze een heel andere draai door gebruik te maken van zijn these dat auteurs naast een exoterische ook een esoterische boodschap in hun tekst kunnen stoppen. Dit is hoe Strauss het stelt in zijn inleiding tot de Engelse vertaling van zijn eerste boek over Spinoza's religiekritiek. Het is voor mij een sleutelpassage om de TTP te begrijpen, ook het gedeelte wat ik nu niet citeer (het citaat is al veel te lang), maar dat rechtstreeks op het hieronder geciteerde volgt, en waarin Strauss uitlegt waarom Spinoza Jezus boven Mozes stelde om puur strategisch politieke redenen: 'The question returns: why does Spinoza treat Christianity differently from Judaism? Cohen comes closer to the truth in saying that Spinoza's motive was fear, surely a "humanly comprehensible" motive. Or, to start again from the beginning, Spinoza, attempting to achieve the liberation of philosophy in a book adressed to Christians, cannot but appeal to the Christian prejudices which include anti-Jewish prejudices; he fights Christian prejudices by appealing to Christian prejudices; appealing to the Christian prejudices against Judaism, he exhorts the Christians to free essentially spiritual Christianity from all carnal Jewish relics (e.g. the belief in the resurrection of the body). Generally speaking he makes the Old Testament against his better knowledge the scapegoat for everything he finds objectionable in actual Christianity. In spite of all this he asserts that the prophets were as universal as Jesus and the apostles or, more precisely, that both testaments teach with equal clarity everywhere the universal divine law or the universal religion of justice and charity. Why this strange reversal, this flagrant contradiction? At this point Cohen fails to follow Spinoza's thought. The purpose of the Treatise is to show the way to a liberal society which is based on the recognition of the Bible, i.e. of the Old Testament taken by itself or the two Testaments taken together. The argument culminates in the 14th chapter, in which he enumerates seven dogma's which are the indispensable fundamentals of faith, of Biblical faith, the seven "roots", as the Jewish medieval thinkers would say. They are essential to "the catholic or universal faith", to the religion which will be the religion in the well-ordered republic; belief in the seven dogma's is the only belief necessary and sufficient for salvation. They derive equally from the Old Testament taken by itself and from the New Testament taken by itself. They do not contain anything specifically Christian nor anything specifically Jewish. They are equally acceptable to Jews and to Christians. The liberal society with a view of which Spinoza has composed the Treatise is then a society of which Jews and Christians can be equally members, of which Jews and Christians can be equal members. For such a society he wished to provide.'

Beste Yoram
Ik ga een tandje terugnemen. Als ik niet oppas dwing je mij om veel meer met dingen bezig te houden die mij minder interesseren. Dat houdt mij teveel af van andere zaken. Ik bespeur een zekere mate van drammerigheid, die mij tegenstaat. Als ik niet oppas laat ik mij dwingen in de rol dat ik Spinoza moet verdedigen, bijvoorbeeld het beeld van Christus dat hij schetst. Ik zie dat niet als mijn taak, want op dit punt heb ik zelf ook mijn verbazingen. De literatuur die over dat onderwerp bestaat is ook niet hetgeen waar ik naar grijp.

Wat betreft Spinoza zgn. “verraad ten opzichte van de waarheid” kan ik alleen maar zeggen dat over zaken die 2000 en meer jaar geleden gebeurd zouden zijn er, behalve archeologische sporen, alleen enige schriftelijke nalatenschappen en sporen te vinden zijn, die zelf al vol bedoelingen en interpretaties zitten en vervolgens ook nog eens geladen zijn met commentaren, exegeses en heuristieken. ‘De’ waarheid is dan moeilijk vast te stellen.

Dan stel je vast dat ik bereid ben om jou met betrekking tot tegenstrijdigheid nummer 2 gelijk te geven (al dan niet door Mozes gehoorde stem). Dat kan ik echter alleen doen m.b.t. zaken die ik weet en snap. Ik heb je echter gezegd dat ik niet de behoefte had mij dieper met de betreffende Bijbelplaatsen en argumentaties dienaangaande bezig te houden. Het geeft aan dat jij een debat als dit als een soort bokswedstrijd ziet: jij hebt dan gewonnen. Het zij zo. Maar maak daar dan niet van dat ik je gelijk heb gegeven.
Overigens, als Spinoza zich vergist heeft en er in de Hebreeuwse tekst géén sprake is van een gehoorde stem, valt er ook het probleem weg hoe dát dan weer verklaard moet worden.

Wat theologie (in de TTP) betreft ben je dubbel: enerzijds is het de serieuze studie van de Bijbel en daarmee dus van de profeten en de apostelen (dat zou Spinoza ook tot theoloog maken); anderzijds stel je theologie gelijk aan geloof en “geloof beroept zich op de openbaring, op een bovennatuurlijk licht.” Spinoza heeft niets op met “bovennatuurlijk licht” zoals je weet (vele plaatsen, o.a. H7/19) en het is vooral daarom dat hij dat onderscheid tussen filosofie en theologie aanbrengt (waarbij de laatste dan ook niet met waarheidsclaims moet aankomen en zich alleen met het uitdragen van de gehoorzaamheid dient bezig te houden).

Ik heb niet gesuggereerd “dat Jezus hetzelfde leerde als de auteur van de in de euclidische stijl geschreven Ethica.” En zie dan ook geen noodzaak te antwoorden op vragen die je niet serieus kunt menen.

Tot slot ga ik nog even in op je lange reactie aan Mark Behets. Ik kan niet meegaan met Strauss’ opvatting over een “esoterische” binnen een “exoterische” boodschap, wel denk ik dat bij Spinoza zekere strategische overwegingen meespeelden in het positiever benaderen van het christendom (dat hij wel behoorlijk uitzuiverde; zie zijn opmerkingen over onderscheid in leer en gedrag in de praefatio bijv.) dan het jodendom. Maar ook de christelijke religie bracht hij uiteindelijk terug tot pietas ten opzichte van vaderland en medeburgers.

Stan,

Je hebt mij nu iemand genoemd die vervuld is van boosheid, iemand die vragen stelt die hij niet serieus kan menen, iemand die drammerig is, en iemand die je tot allerlei zaken "dwingt" waar jij je helemaal niet in wil verdiepen. Dus wees niet bang, dit is mijn laatste reactie op je blog.

Yoram

Beste Yoram
Het klopt helemaal: een onverzadigbare geldingsdrang, weinig reflectie op eigen gedrag (over de exorbitante manier waarop je dingen soms aan de orde stelt en beschuldigingen rondstrooit) om dan vervolgens de vermoorde onschuld te spelen en de verantwoordelijkheid voor het vastlopen helemaal bij de ander leggen.
Enfin, we zien wel of we je nog zien.

Jongens, kalm aan even. Nier boos worden. De discussie was de moeite waard. De emoties verdqijnen. Volgens mij zijn jullie beiden bevriend met Spinoza; dus (volgens diens geometrie) ook met elkaar. QED.