Bij Spinoza zou al 'duurzaamheid' te bespeuren zijn

Een aardig weetje is te halen uit een bespreking van het boek van Ulrich Grober, Die Entdeckung der Nachhaltigkeit. Kulturgeschichte eines Begriffs [Kunstmann, München, 2010]. Waar wij het over ‘duurzaamheid’ hebben, spreken onze oosterburen van ‘Nachhaltigkeit’. Karin Chladek schrijft in Falter:

“Der Begriff „Nachhaltigkeit“ wird oft für nichtssagend gehalten und deswegen gemieden. Zu Unrecht: Ulrich Grober beweist, dass man spannend und lesenswert sowohl über das Konzept als auch über den Begriff selbst schreiben kann. Er verfolgt nicht nur die Begriffsgeschichte, sondern die Entwicklung der Idee seit dem späten Mittelalter und zieht philosophische Verbindungslinien von Spinoza über Goethe bis zu Haeckel und erklärt deren politischen Einfluss. Unser Konzept von Nachhaltigkeit sei eigentlich ein Kind der Aufklärung, das mit der beginnenden „Erdpolitik“ seit 1968 global stark an Einfluss gewonnen habe. Ebenso wie sein gleichfalls aus der Aufklärung geborener Widerpart, der Liberalismus, den wir in seiner heutigen Gestalt eher „Neoliberalismus“ nennen würden. Den Mythos, dass „nachhaltig“ nur eine unglückliche Übersetzung des englischen „sustainable“ sei, bestreitet Grober vehement und eloquent: Eher sei es umgekehrt. Hans Carl von Carlowitz war ein sächsischer Berghauptmann, der 1713 das Wort „Nachhaltigkeit“ erstmals in seiner heutigen Bedeutung verwendete.”

Dat lijntje naar Spinoza werd wellicht teruggevonden via ‘deep ecology’ van Arne Naes. Ik kan er mij iets bij voorstellen

Maar je komt ook lui tegen die een klok hebben horen luiden en van de klepel niets weten. Wat dacht u van dit zinnetje dat ik gisteren tegenkwam:

"Baruch Spinoza warned us about 350 years ago that we as a species were already becoming increasingly distant and disconnected from Nature." [Hier]

Er is veel "van horen zeggen", u weet wel: de eerste kennissoort. Zoiets als dit kán Spinoza helemaal niet gezegd hebben. In zijn filosofie kan er nooit een tegenoverstelling van mens en natuur bestaan. Wat mensen ook doen, het behoort altijd tot de natuur: niets valt ooit buiten de substantie/de natuur/de werkelijkheid.

Mensen kunnen zeer onverstandige dingen doen, dat wel. "Het menselijk lichaam heeft voor zijn instandhouding vele andere lichamen nodig, die het als het ware voortdurend opnieuw voortbrengen." (EII, postulaat IV) Als ze daarbij teveel hun hartstochten volgen en teveel bio-industrie opzetten en teveel grondstoffen uitputten, om maar wat te noemen, kunnen ze hun onderhoud op termijn in gevaar brengen. Verstandig omgaan met alles, dus duurzaamheid is nuttg. Maar "loskoppeling van de natuur" zal de mens nooit lukken.