Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum (Leipzig, 1710) had die wel echt bestaan?

Frederick C. Beiser bood met zijn terecht veel geprezen studie (het was zijn eerste boek) The Fate of Reason: German Philosophy from Kant to Fichte [Cambridge, Harvard University Press, 1987,– books.google geeft editie 2009] voor lange tijd de beste Engelstalige studie over de Pantheismusstreit als de achtergrond voor het Duitse Idealisme. Op blz. 48 had hij deze paragraaf:

“Until the publication of Jacobi’s Briefe über die Lehre von Spinoza in 1785, Spinoza was a notorious figure in Germany. For more than a century the academic and ecclesiastical establishment had treated him “like a dead dog” as Lessing later put it. The Ethica was published in Germany in 1677, and the Tractatus Theologico-politicus in 1670 (though it appeared anonymously, Spinoza was known to be the author). Until the middle of the eighteenth century it was de rigueur for every professor and cleric to prove his orthodoxy before taking office; and proving one’s orthodoxy demanded denouncing Spinoza as a heretic. Since attacks on Spinoza became a virtual ritual, there was an abundance of defamatory and polemical tracts against him. Indeed, by 1710 so many professors and clerics had attacked Spinoza that there was a Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum in Leipzig. And in 1759 Trinius counted, probably too modestly, 129 enemies of Spinoza in his Freydenkerlexicon. Such was Spinoza’s reputation that he was often identified with Satan himself. Spinoza was seen as not only one form of atheism, but as the worst form. Thus Spinoza was dubbed the "Euclides atheisticus',  the 'princips atheorum'.”

Deze passage en met name de zin over de Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum wordt vaak geciteerd. B.v. in deze PDF in z’n geheel. Maar opmerkelijk is, als je op Google Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum ingeeft, krijg je alleen maar citaten en verwijzingen naar dat boek van Frederick C. Beiser en geen enkele andere bron! Werkelijk geen enkele andere! Zelfs Jonathan Israel’s Radical Enlightenment heeft het niet. Enlightenment Contested ook niet. En dát is uiteraard opmerkelijk. Johan Anton Trinius, Freydenker-Lexicon (Leipzig, 1759), heeft hij wel. Als Israel juist deze Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum, die zo uitstekend in zijn betoog zou passen, niet heeft, is er dan geen aanleiding voor twijfel of die Catalogus wel heeft bestaan?

En zie, vandaag haalde ik toch het laatste boekje van Antoon Vloemans, Inleiding tot Spinoza [Van Stockum en zoon, DenHaag, 4e herziene druk, 1953] uit de bibliotheek en wat lees ik daar in het laatste uitgebreide hoofdstuk, “Geschiedenis van Spinoza’s roem”?

"Tal van andere professoren, zo te Marburg, te Wittenberg, te Helmstedt, schreven strijdschriften tegen Spinoza en weldra waren het zovele dat reeds in 1710 een ganse Catalogus scriptorum Anti-spinozanorum het licht kon zien! Een der belangrijkste van deze anti-geschriften was van de hand van G. Wachter." [p. 149-50].

Een bron geeft hij niet, maar hiermee is hij wel mijn enige andere bron (uit 1953) dan Beiser (uit 1987) dat zo’n Catalogus bestaan moet hebben.

Reacties

Wim Klever wijst mij er via de e-mail op: "Een catalogus kan bestaan zonder gedrukt te zijn: handgeschreven cartotheek in een bibliotheek!"

Mogens Lærke ging in 2004 verder, verwijzend naar dezelfde blz. van Beiser: "Man kunne i 1710 i Leipzig – én af den tyske lutheranismes højborge – finde et helt bibliotek udelukkende helliget antispinozistiske traktater (Catalogus Scriptorum Anti-Spinozanorum)." [Men kon in 1710 in Leipzig - één van de Duitse lutheranistische bolwerken - een complete bibliotheek uitsluitend gewijd aan antispinozistische traktaten vinden.]

"het licht kon zien" zoals Vloemans schreef, of "a hefty Catalogus scriptorum Anti-Spinozanorum was published in Leipzig," zoals je ook wel tegenkomt, zijn dan enigszins misleidend.

De „Catalogus Scriptorum Anti-Spinozianorum“ bestaat daadwerkelijk; het is een gedeelte van Jenichen’s HISTORIA SPINOZISMI LEENHOFIANI, verscheenen in Leipzig, mar in 1707, niet in 1710; cf. de bibliogr. van mijn: Spinoza in der deutschen Frühaufklärung. (In 1710 de „Unschuldige Nachrichten von alten und neuen theologischen Sachen“, uitgegeven in Leipzig, publiceerden een kort artikel met enkele bibliografische aanvullingen.)
Winfried Schröder (Marburg)

Dank heer Schröder voor deze duidelijke informatie. Ik twijfelde uiteraard niet echt aan het bestaan van de catalogus, maar het bevreemdde mij dat ik er bij J. Israel niets over kon vinden, en dat er op internet maar één bron leek: Beiser. Daarom was ik verheugd bij Vloemans een eerdere vermelding tegen te komen.
Maar nog duidelijker is uw informatie. Nogmaals dank dat u dat hier inbracht.

De informatie van de heer Schröder werd toch weer aanleiding voor een nieuw blog.

http://spinoza.blogse.nl/log/catalogus-scriptorum-anti-spinozanorum-2.html