Dick Swaab is een neuromaniac en een neurosoof, geen filosoof en zeker geen Spinozist

Wij zijn ons breinTot nu toe was ik van plan om het boek van Dick Swaab, Wij zijn ons brein [2011], volkomen te negeren. Ik had op dit weblog al zoveel werk gemaakt van het boek van Victor Lamme De vrije wil bestaat niet, – kan toch niet aan alles tijd besteden.

Tot gisteren een lid van de Maastrichtse Spinoza Kring i.o. die van de week voor z’n jaarlijks etentje bijeen was, waarbij behalve over Spinoza en de schitterende film A Separetion die onlangs in Nederland in première ging, ook het boek van Swaab ter sprake kwam. Eén van de leden die het boek met smaak gelezen zei te hebben, wist dat daarin één keer naar Spinoza verwezen werd. Vandaag e-mailde hij dat op blz. 393 aan het eind van het hoofdstuk over het niet bestaan van de vrije wil het volgende staat:

"Kunnen we ons er beter niet bij neerleggen dat een volledig "Vrije Wil" een illusie is? Dat is geen nieuw idee, want Benedictus de Spinoza zei het al in de Ethica (1677, Stelling XL VIII): er bestaat in de geest geen onvoorwaardelijke of vrije wil."

Swaab  roept Spinoza als autoriteit aan, iets waar Spinoza zelf al niet veel van moest hebben. Maar tegelijk illustreert hij ermee niet thuis te zijn op het terrein van de Spinoza-studie. Anders zou hij geweten hebben dat je bij zo’n stelling ook aangeeft in welk deel van de Ethica die staat, want in elk deel start de nummering der stellingen opnieuw, zodat er in de Ethica wel drie stellingen 48 zijn. De hier bedoelde stelling staat in het tweede deel.

Swaab is dus zeker geen Spinozist, zoals het slot van de titel stelt.

Dat hij geen filosoof is slaat op een discussie die Douwe Draaisma eerder dit jaar begon en in een artikel in het laatste nummer van de Academische Boekengids nog eens oppakte [Douwe Draaisma, It’s alright, I’m a doctor. Grensoverschrijding in de wetenschap. In: Academische Boekengids nr. 88, 2011]

Neuroloog Dick Swaab had in Wij zijn ons brein al flinke kritiek geleverd op Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel (2007). Van Lommels boek over bijna-doodervaringen zou ‘spiritueel en op veel plaatsen antiwetenschappelijk’ zijn. Daarmee is Draaisma het eens, maar hij typeert Swaabs boek op dezelfde manier. Beide auteurs pretenderen ten onrechte, volgens Draaisma, dat ze ook buiten hun medische vakgebieden deskundige uitspraken kunnen doen. Iets waar veel medici altijd al last van hebben gehad. Met hun ongereflecteerde filosofisch e stellingen - materialistisch de één, spiritualistisch de ander – bereiken ze wel een breed publiek.
Het zou goed zijn als meer vakfilosofen en - zo voeg ik eraan toe - ook Spinozageleerden zich in deze discussie mengen.

Draaisma haalt er, ten onrechte denk ik, hun emeritaat bij dat vrij gefilosofeer in de hand zou werken. Maar dat kan ook gunstig uitpakken, als de emeritus maar kritisch blijft, zoals blijkt in het geval van Raymond Tallis, een gepensioneerde geriater die zelf ook met fMRI-scans werkte en die in zijn boek Aping Mankind: Neuromania, Darwinitis and the Misrepresentation of Humanity [2011], eveneens vindt dat neurowetenschappers hun hand overspelen: “When neuroscience and Darwinism trespass into the humanities, they become, he says, "neuromania" and "Darwinitis" – unhealthy, mad and malign.”

Aan de hand van de inzichten van Raymond Tallis kan Swaab een neuromaniac genoemd worden of, een term die Bert Keizer muntte: een neurosoof. [Zie dit blog van precies een jaar geleden]. Daarmee heb ik de titel van dit blog wel voldoende geduid. Ik houd het met mijn typeringen nog fatsoenlijk; Elma Drayer heeft het in haar column van 18 aug. in Trouw over de "neuromaffia"!

Saskia Beugel van Rishis for Free Souls

 

Er staat een aardige, maar wel weer iets té spiritueel-georiënteerde bespreking van het boek van Swaab door Saskia Beugel op wanttokwnow.nl.

 

Het is tot slot wel aardig om te wijzen op een artikel van Raymond Tallis (physician, philosopher, poet and novelist, author of Aping Mankind: Neuromania, Darwinitis and the Misrepresentation of Mankind), "An Introduction To Incontinental Philosophy" in het laatste nummer van Philosophy Now, juli/aug 2011 te vermelden.

_________________________

Intussen ben ik benieuwd wat prof. dr. M. Slors, hoogl. Philosophy of Mind, Radboud Un. Nijmegen op donderdag 13 oktober 2011 gaat brengen in het college dat hij zal houden voor het Studium Generale van Maastricht University: Afscheid van de vrije wil? Wat hersenwetenschap ons echt leert over onszelf.

"Hersenwetenschappers zijn het stilaan eens: de vrije wil bestaat niet." Met deze zin vat Trouw op 26 oktober 2010 de strekking samen van een lange reeks onderzoeken en publicaties. Wat die onderzoeken laten zien is dat bewuste intenties niet de oorzaak zijn van ons handelen. De bewuste wil is een illusie. Maar betekent dat dat we niet vrij zijn? Betekent het dat we niet zelf handelen? In deze lezing wordt de stelling verdedigd dat de schreeuwerige conclusie dat de vrije wil niet bestaat ons het zicht ontneemt op wat er echt belangrijk is aan de onderzoeken waar het hier om gaat. Het is duidelijk dat we op basis van deze onderzoeken ons zelfbeeld moeten bijstellen. Maar wat ze ons vooral leren is enerzijds dat het handelende "zelf" veelal onbewust is. Anderzijds leren ze ons dat bewustzijn een andere functie heeft dan we denken. Het resulterende mensbeeld is misschien verassend. Maar het sluit aanzienlijk veel dichter aan bij onze alledaagse zelf-ervaring dan veel populariserende publicaties over de dood van de vrije wil ons willen doen geloven. [zie hier]

Vorig jaar sprak prof Slors, toen aangekondigd als hoogleraar cognitiefilosofie, over Bewustzijn, hersenen en subjectieve uitspraken. "Onderzoek naar de structuur van het bewustzijn steunt op subjectieve uitspraken over de eigen ervaring van proefpersonen. In de onderzoekspraktijk worden die uitspraken behandeld als beschrijving van een reëel bestaande “binnenwereld”. Maar het bestaan van zo’n “binnenwereld” is buitengewoon moeilijk te verenigen met het wetenschappelijke wereldbeeld. Een deel van het dilemma, zo betoogde hij, kan worden opgelost door te zien dat de notie van een “binnenwereld” een metafoor is en geen beschrijving van een subjectieve werkelijkheid die wetenschappelijk verklaard moet worden.