Het paradoxale fanatieke programma van Ayaan Hirsi Ali

Ayaan Hirsi Ali: Nomade. Augustus, Amsterdam, maart 2010

Is haar droom nog van deze wereld? Deze droom van de nomade die als een nieuwe Jeanne d’Arc, maar dan zonder gulden maagdenvlies, zich aanbiedt om aan het hoofd van de troepen de tribale moslims uit de westerse wereld te verdrijven, door ze te bekeren en wat betreft hun waarden en normen onder dwang te accultureren. Want de islam dient  geharnast tegemoet te worden getreden, zo luidt haar boodschap.

Eigenlijk hoort een bespreking van dit boek helemaal niet thuis op dit Spinoza-weblog. Toch heb ik aanleidingen om het wel te doen. Voor ze naar haar nieuwe vaderland, de VS van Amerika, vertrok, vond ze het belangrijk een daad te stellen door een bezoek te brengen aan het Spinozahuis in Rijnsburg. Hetgeen de indruk gaf dat ze iets had met Spinoza, die ons immers de Verlichting en de moderniteit bracht. De Verlichting, althans het beeld dat zij ervan opdeed, die zijzelf aan den lijve heeft ondervonden wil zij op haar beurt aan anderen, niet alleen brengen, maar desnoods opleggen.

Dat is de merkwaardige paradoxale dubbelheid van dit boek, waaraan weinig Spinozistisch is te ontdekken. Dat Spinoza’s naam er niet in voorkomt is niet zo vreemd, maar ook van zijn gedachtegoed is maar een klein greintje te ontdekken. De interessantste gedeelten zijn die over haar eigen belevenissen – haar relaties met haar familieleden en de lange reis in de tijd vooral die zij maakte vanuit de a.h.w. nog Middeleeuwse tribale islamitische cultuur naar de vrijheid en de waarde van de individualiteit en eigen verantwoordelijkheid in de westerse wereld. De beschrijving van haar eigen ervaringen, de vroegere als dochter van de vooraanstaande Somalische Magan-clan, én hedendaagse, komen het authentiekst over en zijn het interessantst. Ze wijdt hoofdstukken aan haar vader, haar moeder, haar zus, haar halfzus, haar broer, haar neven en nichten en haar grootmoeder. Maar omdat het een boek met een missie is, waarin ze haar eigen belevenissen ten voorbeeld wil stellen, vraag je je soms af of ze het contrast tussen het donkere (tribaal islamitische) en het verlichte (westen) niet wat aanscherpt. Zij heeft immers eerder aangetoond makkelijk te kunnen liegen als dat nodig was om haar doel te bereiken. Dat aureool hangt ook over dit boek.

De indruk van een geconstrueerde en te scherpe tegenstelling krijg je ook als je haar positiviteit over de westerse waarden leest. Ze is uiterst gunstig in haar oordeel over wat ze meemaakte in dit deel van de wereld. En ze schetst over het westen een uiterst idealistisch beeld. Over problemen, schaduwzijden en achterstandsituaties in de wereld van de moderniteit lees je bij haar niet. Dat komt haar niet uit, past niet in haar schematische schets van problemen (daar in de islamitische wereld) en de oplossingen (hier in het ‘christelijke’ westen). Enige nuancering past daarin niet. De enige kritiek op gangen van zaken in het westen zijn haar kritiek op de feministen die te multiculti-relativerend zijn en zich meer zouden moeten inzetten om de onderdrukking van de vrouw in de tribaal-islamitische wereld tegen te gaan. En ze heeft kritiek op de christelijke kerken die te weinig aan missionering doen onder de moslimmigranten en hun sociale, culturele en spirituele opvang teveel overlaten aan de fundamentalistische prediking (dawa) onder de moslims die zich in het westen vestigen.

En dit geeft direct het opvallendste en betwistbaarste deel van haar boek: haar oproep om de confrontatie en de culturele en godsdienstige strijd met de moslimwereld aan te gaan. Van de ene kant, uit de beschrijving van haar eigen ervaringen, laat ze heel duidelijk zien dat ze beseft hoe de cultuur, de normen en waarden ervan, sociaal-cultureel geconstrueerd en socialiserend overgedragen wordt. Zij laat zien hoe zijzelf ook heeft geloofd in de waarheid van hetgeen waarin ze is grootgebracht. Haar overgaan naar de andere, westerse wereld ontstond niet door een plan van binnenuit, maar door deels toevallige omstandigheden en geleidelijkaan door  haar enculturatie in de nieuwe cultuur, vooral in de periode van haar studie van politicologie in Leiden. Haar programma is nu om een verandering van die andere, tribale, islamitische cultuur van buitenaf te proberen te bereiken. Dit vooral door een sterke en confronterende en bestrijende aanpak het binnendringen van die cultuur in het westen tegen te gaan.

En zo komt ze tot nogal illusoire aanbeveling dat de christelijke kerken een tegenstrategie ontwikkelen. En vooral de rooms-katholieke kerk zou dat moeten doen, daar die zo’n sterk hiërarchische structuur heeft. Een nogal irrealistisch idee van iemand die meermalen zegt atheïst te zijn. Het illustreert ook haar eigenzinnigheid. Zij zit er niet mee om een ‘theologische politiek’ (een term die zij uiteraard niet gebruikt) te propageren dat de kerken zich actiever wervend zouden opstellen. Daarin geeft ze ook blijk van een zekere onkunde: alsof de tegenwoordige tolerante houding van de kerken als een secularisering van binnenuit zou zijn ontstaan en niet een gevolg is van telkens weer noodzakelijke ‘terugtrekkende’ aanpassingen na het telkens voeren van strijd tegen alle zich ontwikkelende modernismen. Geen secularisering vanbinennuit, maar een soort terugtrekking in de ‘innere Immigration’.

Door haar tamelijk fanatieke programma is het boek nogal drammerig, vol moemakende herhalingen. Soms is ze op het pathetische af: als haar verzetsprogramma niet wordt gevolgd “is de samenleving verloren”(p. 252). In haar eenzijdigheid komt ze hier en daar nogal naïef over. Die eenzijdigheid in haar zwart-wit tegenstelling tussen westerse wereld en de tribaal-islamitsiche wereld, langs de lijnen goed – slecht én haar aanpak van de bedreigingen vanuit de slechte wereld maken het boek tot een “botsing-der-beschavingen”-pamflet, niet om voor die botsing te waarschuwen, maar om op te roepen tot het scherper aangaan van die culturele strijd en om de omzichtige multiculturaliteit op te geven: gedwongen acculturatie is haar parool. En dat nogal drammerig.

Haar boek is een onbeschaamd en behoorlijk conservatief propagandapamflet. Ze schrijft dan ook: “Propaganda is een krachtig wapen dat kan worden ingezet om de massa voor je in te nemen, om mensen ertoe te brengen over te lopen, om het moreel van de tegenstander te breken of hun geloof in de eigen ideologie te ondermijnen.”(p 275) Ze zit er absoluut niet mee alle moslims te beledigen, alsof er geen gematigde moslims bestaan. Ronduit beledigend is bijvoorbeeld hoe ze meermalen oproept hen hygiëne bij te brengen.

Ik denk dat in dit boek de invloed merkbaar is van het milieu van de conservatieve denktank waarin ze nu haar dagelijkse werk heeft gevonden. Haar huidige omgeving versterkt de tendensen die zij al had. Vooral haar oproep aan de kerken klinkt naïef: “Kerken hebben de financiële mogelijkheden, het gezag en de motivatie om moslims te bekeren tot eigentijdse levenswijzen en opvattingen.” Immers, “Al vanaf het prille begin heeft de kerk allerlei dwaalleren succesvol bestreden.”(p. 274) Dan gaf Spinoza toch blijk meer te weten van en kritisch te staan tegenover de theologisch-politieke strijd bij het ontstaan van de kerk (in zijn brief aan Albert Burg). Zij hoopt nu maar dat haar ‘vrienden’, “de hooggeachte atheïstische Drievuldigheid in Groot-Brittanië en de Verenigde Staten” (Dawkins, Harris en Hitchens) haar oproep niet met afgrijzen vervult, maar “zolang wij atheïsten en klassieke liberalen geen doeltreffend programma hebben om de verspreiding van de radicale islam tegen te gaan, moeten we samenwerken met verlichte christenen die bereid zijn een dergelijk programma te ontwikkelen.”

Ziedaar de droom van de nomade die als een nieuwe Jeanne d’Arc, maar dan zonder gulden maagdenvlies, zich aanbiedt om aan het hoofd van de troepen de tribale moslims met hun clancultuur van woestijnvolken uit de westerse wereld te verdrijven, door ze te bekeren en wat betreft hun waarden en normen onder dwang te accultureren.

Ayaan Hirsi Ali over haar nieuwe boek Nomade -

                                                 * * *

Op 23 maart was Ayaan Hirsi Ali te gast in NOVA College Tour. Bekijk aldaar de uizending.