Otto von Bismarck (1815 - 1898) en Spinoza

Al enige malen was ik tegengekomen dat Willem Meijer, over wie ik eerder een blog had, een artikel had geschreven, getiteld Bismarck en Spinoza. Waarschijnlijk had ik het ook gelezen bij Siebe Thissen, die het stuk ‘een lofrede op Bismarck’ noemde, “waarin hij de Duitse kanselier op een lijn plaatst met 'groote denkers' als Spinoza, Rousseau en Goethe. In Bismarcks 'Real-Politik' komen Spinoza's opvattingen over de staat het meest pregnant tot uitdrukking. Net als Spinoza zou Bismarck de liefde voor het vaderland en voor de staat boven alle andere belangen stellen, waaronder bijbelse voorschriften. Hoewel de rijkskanselier, in tegenstelling tot Spinoza, maar weinig oog heeft voor het vraagstuk van de volkssoevereiniteit, trekken beiden toch eenzelfde conclusie: overheidsegoïsme is de noodzakelijke grondslag van iedere zichzelf respecterende staat. […] Meijer en zijn promotor Van der Wijck liepen vooruit op de autoritaire eenheidsstaat die de spinozist Johan Herman Carp later in het nationaal-socialisme gerealiseerd zal zien." [Hebben we toch Carp weer… Hier]

Welnu, dit artikel trof ik aan in een door Microsoft gescande jaargang van het Tijdschrift voor Wijsbegeerte uit een Canadese bibliotheek. De wereld wordt almaar kleiner.

Ik heb het in ander jasje gestoken en op benedictusdespinoza.nl geplaatst. Het telt zo slechts 4 pagina's.
N.B. op 15 januari 2015 het PDF naar een veiliger omgeving overgebracht.

Nu laat Meijer wel weten dat hij een artikel van Heinrich Rosin samenvat en doorgeeft, maar hij vergat de titel ervan te melden. Dat doe ik hier dan; het betrof:

H. Rosin, Bismarck und Spinoza, Parallelen ihrer Staatsanschauung. In: Festschrift Otto Gierke zum siebstigsten Geburtstag (1911), p. 383.

En inderdaad, Meijer heeft geen woord van kritiek op de ijzeren, militairistische Duitse kanselier, die tijdens zijn ‘bewind’ (want in feite was hij toch de baas) binnen zeven jaar driemaal een oorlog begon. Hij bepaalde veel. Bismarck die de staat als meer dan een verzekeringsmaatschappij zag, deed de eerste poging het Duitse Rijk te socialiseren. Hij maakte niet alleen de Duitse eenheidsstaat – het Duitse Keizerrijk. Maar bijvoorbeeld bemoeide hij zich ook met de richting waarin de bijbelkritiek moest gaan, door professoren in de richting die hem aanstond te benoemen. Zo kun je veel over zijn invloed, van zijn Kulturkampf, lezen. Dat we nu strijd voeren over eventuele afschaffing van de 65-jarige pensioenleeftijd komt door hem: hij heeft die leeftijd bepaald en oefent dus nog steeds invloed op ons uit.

Inderdaad kun je in diverse biografieën, lezen dat Bismarck zich met Spinoza bezig hield.

Zijn biograaf Busch schreef: “Bismarck hield zich als student met Spinoza bezig en hoewel we niet precies weten in hoeverre hij het wereldbeeld van de laatste had aangenomen, mogen we aannemen dat het hem in zekere mate beïnvloedde en dat dat een van de oorzaken was van zijn Weltschmerz die hem in die tijd overviel en die later zijn hele mentaliteit kleurde.”
Geciteerd in S. M. Melamed: Spinoza and Buddha. Visions of a Dead God (READ BOOKS, 2007 - bij books.google.nl) Zou die Weltschmerz gekomen zijn door het lezen van Spinoza, of zou hij niet eerder juist door Weltschmerz Spinoza zijn gaan lezen?

Alle biografen, zeker die op internet te vinden zijn, melden inderdaad Bismarcks grote interesse in Spinoza. En de studie die hij maakte van de Ethica. Spinoza was voor hem niet alleen een geestelijke gids, maar vooral een politieke inspiratie.

CHARLES LOWE, M.A, in Prince Bismarck: an historical biography (1895): “History in particular seems to have engaged much of his thoughts. Even the works of the sceptic Jew, spirits and Spinoza, which Lessing declared to contain all true philosophy, he studied deeply ; and also, according to some, pondered the maxims of Machiavelli's Prince." [Hier]

En zo schrijft James Wycliffe Headlam in Bismarck and the Foundation of the German Empire (1899): For natural science he shewed little interest, and indeed at that time it scarcely could be reckoned among the ordinary subjects of education; philosophy he pursued rather as a man than as a student, and we are not surprised to find that it was Spinoza rather than Kant or Fichte or Hegel to whom he devoted most attention, for he cared more for principles of belief and the conduct of life than the analysis of the intellect. [Hier; zie ook books.google.nl

Zo krijgen we meteen ook een typering van een verschil tussen Spinoza en Kant, Fichte en Hegel.

Tot slot nog dit. Iemand die veel schreef over Spinoza's 'definitie van het christendom' zal het deugd doen in een voetnoot in Meijers artikel te lezen: "In een zijner redevoeringen voor den Rijksdag zegt Bismarck dan ook zelf: Ich bin ein Christ aber doch als Reichskanzler nicht so dass wenn ich eine Ohrfeige auf die eine Baeke bekomme, ich die andere hinhalte und sage: Ist dir nicht die zweite gefällig?"