Spinoza in "Wijsgerig perspectief"

Vandaag las ik het Spinoza-nummer van het tijdschrift Wijsgerig Perspectief op maatschappij en wetenschap 8e jaargang nr. 2 (november 1967), waarop ik de hand wist te leggen. Dat is van inmiddels een hele tijd geleden en je krijgt zo de kans een beeld te krijgen over hoe over Spinoza toen werd gedacht. En je krijgt een beeld van de context.

        

Datzelfde jaar verscheen van Ferd Sassen Kerngedachten van Spinoza [Roermond-Maaseik, 1967) en het jaar ervoor het boekje Spinoza [Baarn, 1966] van H. G. Hubbeling. Ze worden in de rubriek "Recente Nederlandse Spinoziana" gesignaleerd en kort besproken. Uitvoerig in een apart artikel wordt door H. Robbers besproken de dissertatie van C. De Deugd die het jaar ervoor was uitgekomen, The Significance of Spinoza's first Kind of Knowledge [Assen, 1966]. Aan die bespreking vooraf gaat een artikel van De Deugd zelf, "Spinoza's kennisleer", waarin hij nog eens beargumenteert hoe de eerste kennissoort (vanuit de ervaring) voor Spinoza veel belangrijker is dan meestal wordt gedacht; en tevens geeft hij de veel beperktere (een vooral meer theoretisch dan praktisch belang) van de scientia intuitiva. Het is nog steeds interessant om via De Deugd naar Spinoza's kenleer te kijken. In dat artikel kondigt hij een tweede en derde boek aan, die hij nog aan de tweede en derde kennissoort zou gaan wijden, maar daarvan is het nooit meer gekomen, bij mijn weten.

Het nummer opent met een artikel van Ferd Sassen over "De betekenis van Spinoza", waarin hij iets van de receptie van Spinoza door de eeuwen heen samenvat. Hij schrijft: "Ook de geschiedenis van de Spinoza-verklaring en die van het Spinozisme als wereldbeschouwing wachten nog op een beschrijving die aan wetenschappelijke eisen voldoet." Wel, het was nog bijna vijftig jaar wachten tot dan eindelijk volgende week zo'n studie zal verschijnen! Sassen geeft aan hoe eeuwenlang het juiste zicht op Spinoza gehinderd werd door vooroordelen (hij noemt dat: belemmert door oorzaken van niet wetenschappelijke aard) en heeft van zichzelf blijkbaar het idee dat hij tot een onbelemmerd zicht kan komen. En zo weet hij vervolgens: "Grondslag en uitgangspunt van het denken is immers voor hem [Spinoza] het inzicht in de alomvattende eenheid van God en wereld, dat hij in een transrationele mystieke visie had verworven." Kortom, Sassen beschikte kennelijk over een eigen toegang tot Spinoza: "Zijn [Spinoza's] monisme is een stelsel van ethisch-praktische en mystisch-religieuze strekking." Enfin, hij eindigt zijn verder best interessant te lezen stuk met: "Het ware verstaan van het Spinozisme leidt tot eerbied voor zijn ontwerper." Grappig wel dat deze R.K. theoloog en priester ons "het ware verstaan van het Spinozisme" meende te kunnen bijbrengen.

En ook het daarop volgende artikel van de protestantse theoloog H.G. Hubbeling, "Spinoza's metafysica in verband met zijn methode", levert veel interessante inzichten, maar ook een beoordeling van Spinoza's godsopvatting als: "Spinoza is in ieder geval wijsgerig consequent al blijft zijn visie religieus onbevredigend." De Spinoza-studie was in die tijd sterk in religieuze handen. Het meest opvallende is wel dat je aan de hand van zo'n themanummer kunt zien dat de Franse (en Italiaanse) politieke lezing van Spinoza van Matheron, Balibar, Negri e.a. nog moest verschijnen. Terwijl het tijdschrift toch heette Wijsgerig Perspectief op maatschappij en wetenschap, werd er in dit Spinoza-nummer geen woord aan Spinoza's politieke theorie gewijd. Zo was kennelijk de tijdgeest.

Reacties

http://marinterpstra.ruhosting.nl/teksten/Spinoza%20in%20katholieke%20kringen.doc
Hierin kun je meer vinden over H. Robbers ( die ik heb meegemaakt, zoals de hele oude garde trouwens). Ook kun je dan ontdekken dat De Dijn (zie zijn bijdrage voor Zeeuwse vrijmetselaars) perfekt past in Robbers' katholieke immunisering van Spinoza.