Spinoza over de relatie tussen het oneindige en de eindige dingen

Begin dit jaar begon Karel D'huyvetters op zijn blog Spinoza in Vlaanderen een reeks over Spinoza's filosofie over het oneindige. Tot heden had ik daar met slechts enig 'diagonaal lezen' naar gekeken en mij voorgenomen om daar later, als hij de reeks af had, eens wat beter naar te kijken. Wanneer dat het geval zal zijn weet ik niet, maar vandaag had de vertaling die hij bracht van een artikel van Mogens Laerke [cf.] mij flink te pakken. Hieronder geef ik de links naar die reeks, hier alvast de PDF van dat stuk van Laerke. [18-9-2016 toegevoegd: op academia.edu het oorspronkelijke artikel] 

Lezing van dat artikel gaf mij een aardige ervaring. Dat "kosmologisch godsbewijs" zoals Spinoza het bedoeld moet hebben, was voor mij bijvangst. Ikzelf vind het belangrijkste dat Mogens Laerke aanreikt een zeer helder betoog over Spinoza causaliteitsbegrip - met name laat hij zien dat voor Spinoza zowel causa sui (zelfveroorzaking), als causa immanens (immanente veroorzaking) en de causa finita (veroorzaking door eindige dingen) een en hetzelfde proces van veroorzaking betreft en dat hierin dé samenhang kan worden gevonden zoals Spinoza die ziet tussen het oneindige en het eindige. Het is echt een aanrader, dat artikel.

De ervaring die ik bij het lezen had was dat ik nu voor het eerst doorkreeg of beter: te weten kwam dat er een corruptie in de tekst aan het eind van brief nr. 12 moet zijn binnen geslopen. Toen ik de betreffende passage las, had ik op mijn tablet al een notitie ingetypt dat die bewering uit het einde van brief 12 niet klopte - dat liep niet lekker en kon zo niet bedoeld zijn, meende ik. Ik nam mij voor daar Karel op te wijzen, want wellicht zat er een fout in zijn vertaling - een ontkenning te weinig. Maar verder lezend bleek dat op dat niet kloppen van de tekst uitvoerig werd ingegaan - dat bleek een van de thema's van het stuk.

En zo kwam ik erachter, a) dat in de brief zoals we hem in de vertaling van Akkerman hebben, de tekst kloppend is gemaakt door een aanpassing die van Leibniz stamt; b) dat dit in de aantekeningen met "opmerkingen over de tekst" die van Hubbeling stammen, niet goed wordt toegelicht. Daar staat alleen te lezen: "Eén toevoeging komt uit de kopie van Leibniz." Verder niets (p. 516). We worden als lezers dom gehouden.

Pas hierna las ik ondervermelde tekst van Wim Klever die over diezelfde kwestie gaat en die Karel in het Engels brengt. [Hij brengt op zijn website vele vertalingen van Engelse teksten, maar veronderstelt toch ook weer dat zijn lezers wél Engels lezen...]
Hij heeft er hoe dan ook goed werk mee verricht om ons deze stukken te brengen.

Een werkelijk excellent stuk, dat artikel van Mogens Laerke dat veel inzicht bijbrengt.  

Hier de links [onder de data] naar de diverse blogs:

Op 03-01-2014 - Brief 12 (OP 29) over het Oneindige

Op 04-01-2014 - Brief 80 en 81 (OP 69 en 70) over het Oneindige - van resp. Ehrenfried Walther von Tschirnhaus en Spinoza

Op 12-01-2014 - M. Gueroult, Spinoza's Brief over het Oneindige [met apart enige diagrammen waar u vanzelf op stuit]

Op 20-01-2014 - Wim Klever: Actual Infinity

Op 03-02-2014: Sub quadam specie aeternitatis - Martial Gueroult; uit: Martial Gueroult, Spinoza II. L’Âme (Éthique, II), Paris: Aubier-Montaigne, 1974, Appendice N° 17, pp. 609-615.

Op 09-03-2014 - Mogens Laerke - Spinoza en het kosmologisch godsbewijs volgens Brief 12