Spinoza te Paard: nieuwe reeks Spinoza-avonden

Dinsdag 17 maart a.s. begint  in Den Haag een nieuwe reeks Spinoza-avonden in het Paard van Troje. Een nieuw seizoen onder de naam: Spinoza te Paard. [Zie hier op dit weblog over de vorige reeks]  

Onder het motto Ongehoorde Kennis verkennen winnaars van de Spinozapremie maandelijks in het Haagse poppodium Paard van Troje met het publiek de grenzen van wat we kennen en weten. Samen met Het Paard van Troje, NRC Handelsblad en Rathenau Instituut, organiseert NWO iedere derde dinsdag van de maand Spinoza te Paard.

Spreker van de eerste bijeenkomst is prof. dr. Leo Kouwenhoven over: de wondere wereld van de quantum mechanica.

Zie bij NWO-Spinoza-debatten voor méér informatie, bestellen van kaarten e.d. Ook hier en bij Paard van Troje

Reacties

Omdat jij mij nu op deze 'Spinoza-debatten" wijst, heb ik vanmorgen, na mij lichamelijke oefeningen, de moeite genomen om het eerste van die debatten (Robbert Dijkgraaf over HET NUT VAN HET UNIVERSUM) te beluisteren. In het algemeen ben ik niet zo enthousiast over het te grote gemak waarmee hij 'grote uitspraken' (bv. over de 'big bang') doet, maar dit keer raakte ik toch geboeid, niet zozeer vanwege de vele gelikte animaties waarmee hij zijn toespraak (een echt college was het niet) opluisterde, maar vooral vanwege het slot ervan. Hij kwam te spreken over het ene homogene deeltje dat in vele gecompliceerde wervelingen, snelheden en posities de energie van het universum bepaalt (denk aan Spinoza's these over de homogeniteit van de materie in brief 6 of aan Lemma 1). Ja, vervolgens kwam de voorzitter van de Koninklijke Academie tot de stellige bewering dat er vele 'heelallen' bestaan en dat wij daarom niet over het ene universum moeten spreken maar over een MULTIVERSUM. Daarmede bevestigt hij, zonder het te weten, de juistheid van Spinoza's overtuiging 'MULTOS DARI MUNDOS', welke these ik in een reeks eerdere reacties (op een bewering van Nadler over de uniciteit van onze wereld) in verband had gebracht met de eerste bladzijde van de ETHICA (God = x of het Iets, bestaande uit oneindig attributen) en 2/8c+s (met de bijgevoegde illustratie, die niet minder helder is dan de bewegende en gekleurde beelden van Dijkgraaf). Ik ben er zelfs door ontroerd dat de Spinoza-debatten (en Spinoza-prijzen) genoemd zijn naar de man die de meest geavanceerde theorie van vandaag op zijn naam heeft staan! Ogenschijnlijk gaat de wetenschapsbeoefening van vandaag niet over wat hij heeft geschreven; in werkelijkheid wel.
De vele-werelden-theorie van Hugh Everett III vind je ook volop in THE END OF TIME van de Britse natuurkundige Julian Barbour. volgens wie er tegelijkertijd 'ONEINDIGG VEEL VERSIES' van mijzelf (ook van jou, Stan) bestaan naast het stukje denkende uitgebreidheid dat ik vertegenwoordig. "Voor elk moment in ons leven bestaan er onneindig veel alternatieven", zegt hij. "We zien een kopje op de rand van de tafel staan, maar in een parallel universum valt het". Op mijn manier zou ik het, om de verbeelding te hulp te komen, liever anders zeggen: stel je bent een van de 110 protonen of een van de 159 neutronen in het superzwaar element waterstof. Zou je dan jezelf niet als alles doordringende straling of pure snelheid kennen en bijgevolg die eigenschap aan de substantie toekennen in plaats van uitgebreidheid? Ik herinner mij een voordracht van Wallace Matson (Berkeley) op een congres in Chicago, waar het ook over Spinoza's fysica ging. Voor de microfoon staande zei hij dat hij zich kon voorstellen dat Spinoza daar stond en het gehoor toesprak: "I told you so, long ago"!

Leuk, Wim, dat je je via dit weblog tot dingen laat inspireren. Maar aan mij zijn de oneindig vele werelden niet besteed.
Behalve de vele 'heelallen' bestaan er naar mijn overtuiging ook vele gebrallen. Ik heb het niet zo op dat speculatieve gefantaseer over parallelle universums (vergeef me het verkeerde meervoud). Voor elk aanstaand moment in ons leven bestaan er (wellicht onneindig) veel alternatieven, maar wordt er telkens maar EEN daadwerkelijk gerealiseerd.
Is er, met het ontstaan van de wetenschappen in de 16e en 17e eeuw veel bevooroordeelde fantasie en superstitie overwonnen, gaan aanhangers van diezelfde wetenschappen in de 20e en 21 eeuw met allerlei speculatieve en letterlijk onvoorstelbare verbeeldingen op de loop. Ik haak af. Van mij bestaan er niet oneindig veel versies - is er maar EEN. Wel bestaat er oneindig veel onzin waar ik met mijn pet niet bij kan. Als iemand staat te beweren dat daar in hem Spinoza had kunnen staan, is hij met theater, met kunst bezig, niet met wetenschap. Als kunst en speculatieve verbeelding kan ik het wel waarderen, maar niet als ware wetenschap over werkelijkheid.
Ook binnen de wetenschappen heb je kennelijk kunstenaars.
Laten we dat kopje daar maar gewoon op de rand van die tafel staan. (Waarom zou het in weer een ander universum niet gaan zweven? En in nog weer een ander gaan praten etc. Wat schieten we op met de oneindige vermenigvuldiging in onze fantasie van oneindige verschillende standen van zaken in oneindig vele heelallen??? Om gek van te worden, toch).

Spinoza's definitie van God of expositie van 2/8 is dan zeker ook speculatief gebral! Ik had een serieuzere repliek verwacht.
Overigens verbaast het mij dat je wederom de aandacht vestigt op Nadler's SEP-artikel, waarin hij Spinoza's kennistheorie om zeep helpt.

Sorry, Wim, ik wilde jou of Spinoza niet van gebral beschuldigen, maar dacht aan de anderen wier 'vele werelden'-speculaties ik niet serieus kan nemen. Verwacht hierover dus geen een serieuzere repliek van mij (ik kan er gewoon niet in komen).
Ik heb geprobeerd toelichtend materiaal op Eth. 2/8 te vinden, maar het enige stuk dat ik er over vond, maakte mij niet echt wijzer op dit punt van 'vele werelden'. Ik blijf naar uitleg op zoek. Wat ik vond en las is het hoofdstuk "What had to be so" van Richard Mason, in "Spinoza: Logic, Knowledge and Religion" (2007). Hij noemt Part II/8 "one of the trickiest passages in the Ethics" (p. 14)... dus...
En ik blijf een soort van bewonderaar van Steven Nadler.
Goed, zijn stuk over kennis op SEP is niet echt sterk. Zeker zoals hij begint ("The human mind, like God, contains ideas"), lijkt het of we zo al een vat vol ideeën zijn...en komt het ontstaan ervan niet uit de verf; dat deel kan nog een likje verf of zelfs overschilderen gebruiken. Maar verder geeft hij toch een fraaie samenvatting.

Die 'fraaie samenvatting' van Spinoza's kennistheorie slaat de plank totaal mis, reden waarom ik meteen afhaakte toen ik dat onderdeel voor het eerst onder ogen kreeg. Hij volgt Spinoza's nagaan van de ORIGO MENTIS, het ontstaan van de ziel, in genen dele: niet voor de eerste, niet voor de tweede, niet voor de derde kennissoort. Ook de samenhang, de gelijktijdigheid, het automatisme daarin etc. ontgaan hem. Dat is de reden waarom ik zo boos wordt over de aanbeveling van dit stuk, dat alleen maar van Spinoza wegleidt. En nu zeg ik er geen woord meer over.