Spinoza vader van de moderne "wending naar het subject"?

Vanmiddag hield prof. dr. H. van den Belt, die sinds 1 september 2012 werkzaam is aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond in de Protestantse kerk in Nederland, zijn oratie. De titel ervan luidde: “‘Kan een mens wel zeker zijn?’ Een moderne vraag in een disputatie van Herman Ravensperger (1586-1625).” In 1619 verdedigde een van diens Groningse studenten, Johannes Henricus Hardenack (ca. 1595-1624), 56 stellingen over de theologische vraag of een mens in dit leven wel zeker kan zijn van zijn zaligheid. Het ging dus om de vraag waar de ‘heilszekerheid’ van de gelovige vandaan komt.

Voor Van den Belt lagen daar de wortels van de moderne tijd. En niet bij Spinoza bij wie die volgens Jonathan Israel te vinden zouden zijn. Van den Belt vat Israel’s visie aldus samen: “Jonathan Israel stelt dat de belangrijkste denkbeelden van de Verlichting in de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn geformuleerd. De waarden van de westerse wereld – democratie en mensenrechten, vrijheid en gelijkheid – zijn volgens hem te danken aan het proces van rationalisering en secularisatie dat inzet bij de radicale Verlichting, zich doorzet ten koste van de gematigde Verlichting die geloof en rede met elkaar wil verzoenen en zich plaatst tegenover de orthodoxe contra-Verlichting die aan een verouderd paradigma vasthoudt. De echte vernieuwing is te danken aan de school van Baruch Spinoza (1632-1677), die als eerste vrijheid, gelijkheid en democratie afleidt uit een consequent naturalisme. Volgens Israel draait het intellectuele debat tot 1650 slechts om confessionele vragen. Ondanks de scheur die de Reformatie in de Europese cultuur brengt, is er tot en met de eerste helft van de zeventiende eeuw een gezamenlijke christelijke cultuur waarin alle belangrijke intellectuele debatten cirkelen rondom de vraag wie het goddelijk monopolie op de waarheid bezit.”

Maar de moderniteit als “de wending naar het subject” is volgens Van den Belt dus bij die vroeg 17e eeuwse disputatie ingezet en daarover concludeert hij na een heel betoog: “De wending naar het subject in de filosofie wordt ingeluid door een wending naar het subject in de theologie. […] Een verabsolutering van de radicale Verlichting als enige echte bron van de moderniteit in de lijn van Jonathan Israel leidt tot een versmalling van het verstaan van bepaalde aspecten van het moderne denken, zoals de hang naar zekerheid en de scheiding van object en subject.” 

Maar er heeft dan intussen wel een vervalsing van Spinoza plaats gevonden. Spinoza is uiteraard niet verantwoordelijk voor de “moderne wending naar het subject.” Die begon bij Descartes, en daarop had Spinoza nu juist zo’n grote kritiek. Via Kant en de idealisten ontwikkelde die cartesiaanse centraalstelling van het subject, het  'ik', zich tot grote hoogte. Terwijl Spinoza juist kwalijk werd genomen dat bij hem nauwelijks of geen aandacht voor het subject te vinden is.

Of die historische vervalsing alleen op ’t conto van Van den Belt of helemaal of grotendeels op die van Israel komt, laat ik in het midden. Maar de ideeëngeschiedenis wordt wel geweld aangedaan.

Reformatorisch Dagblad PDF van Van den Belt's Oratie