Albert Verwey (1865-1937) in het spoor van de 'romantische' Spinoza-receptie

Als bijdrage aan de voorbereiding van de komende Spinoza zomerweek die zal gaan over Spinoza en literatuur/kunst, hier nog eens een blog over de dichter Albert Verwey aan wie ik in de loop der tijd al enige blogs wijdde.

Op 13 sept. 2009 had ik zijn gedicht Spinoza uit 1919

Op 24 jan. 2009 zijn gedichtje Bij Spinoza te Rijnsburg uit 1901

Op 21 juli 2009 zijn gedicht Cor Cordium uit 1886 (eerste en laatste strofe)

Op 14 febr. 2011 zijn gedicht Bij de Dood van een Vriend uit zijn bundel uit 1935

Telkens bracht ik in die blogs enige informatie over de dichter Verwey.

VoorkantIk zag aanleiding voor een vijfde blog daar ik een korte samenvatting ontdekte van het hoofdstuk “Albert Verwey als erfgenaam van het nonconformisme. Een verkenning van de religieus-historische achtergronden van zijn spinozisme” dat Albert Verwey's kleinzoon Dr. Gerlof Verwey bijdroeg aan Philippus Breuker, Jan Gulmans (Red.), De dichters en filosofen. [Nummer 1 van Obe Postma-Rige. Kok ten Have, 2008, p. 15 – 46]

Die samenvatting is te vinden In: Wjerklank, Tydskrift fan it Obe Postma Selskip, Jiergong 1 Nûmer 2 [2007]

Ik neem deze beknopte en relevante tekst hier graag over. Volgens Gerlof Verwey vormde Albert Verwey 'een eigen variant' van Spinoza's filosofie.

Albert Verwey als erfgenaam van het nonconformisme

Gerlof Verwey

Mijn werkhypothese is, dat situering van Albert Verwey (1865-1937) in het grotere verband van een geschiedenis van het Nederlandse nonconformisme licht kan werpen op de levensbeschouwing, die zijn denken en dichten heeft meebepaald.

Verwey’s levensbeschouwing is niet meer dan het woord zegt: geen filosofie, laat staan een filosofisch systeem, maar een min of meer gereflecteerde stellingname t.a.v. voor hem centrale levensvragen. En dat is zelfs misschien al te veel gezegd, want als Verwey reageert op de grote levensvragen, dan is dat niet als denker, maar als dichter.

Dan gaat het om een poëtische respons op gebeurtenissen in zijn eigen leven, die – positief of negatief – evenzovele gelegenheden zijn voor de uitdrukking van zijn hoogst persoonlijke geloofsbekentenis, een belijdenis van de ultieme sacraliteit of ‘heerlijkheid’ van het Leven.

Die levensbeschouwing vond pas een vaste vorm met de articulatie van zijn ‘spinozisme’ en had zijn centrum in het door hem aan Spinoza toegeschreven Levensbegrip (vertaling van Spinoza’s natura in de identiteitsformule deus sive natura). Daarmee brak Verwey door naar de historische oorsprong van zijn geloofsbekentenis en bereikte zijn Selbstverständnis (zelfinterpretatie, zelfbegrip) zijn definitieve figuur. Pas dan wordt zichtbaar dat Verwey’s levensbeschouwing – al of niet bewust – een inhoudelijke binding verraadt aan (of, op zijn minst: een opvallende verwantschap vertoont met) centrale vooronderstellingen van het vroegere, Nederlandse nonconformisme.

Opvallend genoeg, niet alleen of in hoofdzaak die van het wijsgerig nonconformisme van Spinoza (wat men verwachten zou), maar in de eerste plaats die van het religieuze nonconformisme, zoals dat in Europa, maar inz. in de Lage Landen, sedert de late Middeleeuwen tot het begin van de 20e eeuw, in vele verschillende gedaantes, bestaan had. Verwey’s binding aan tradities van christelijke spiritualiteit, hoewel niet een totale verassing, gezien de piëtistische sympathieën van zijn ouders, is niettemin opmerkelijk, omdat de volwassen Verwey (met zijn bent-genoten van Tachtig) leefde en werkte in een tijd, waarin de cultureel-dominante tegenstelling niet meer die was van Kerk en religieus nonconformisme, maar die van een vergaand geseculariseerde samenleving-en-cultuur en het artistieke nonconformisme van een kunstenaars-élite. Het gevoels- en verbeeldingsleven van de dichter bewaarde hier in zekere zin, in de seculier-esthetische context van toen, de christelijk-religieuze spiritualiteit van zijn oorsprong, waar de zelf-reflectie en zelfinterpretatie van de denker in de oriëntatie op Spinoza voorbij het Christendom wees.

De tegenspraak die daarin lijkt te schuilen is echter minder groot, dan het lijkt. Het voor Verwey’s spinozisme centrale Levensbegrip lijkt, bij nader toezien, namelijk minder te maken te hebben met Spinoza, dan met het pre-spinozistische (christelijke) pantheïsme van spiritualistische signatuur (Seb. Franck) en levensfilosofische motieven uit de kring van het (theosofisch) piëtisme (in de lijn van Boehme, Novalis, Oetinger). Twee richtingen, die beide de Spinoza-receptie in de Duitse letterkunde, filosofie en theologie in de decennia rond 1800 maatgevend beïnvloed hebben. Verwey volgt het spoor van die ‘romantische’ Spinoza-receptie. De slotsom is: niet louter vanwege zijn uitdrukkelijke oriëntatie aan Spinoza (de wijsgerige nonconformist), maar meer nog op grond van zijn binding aan voorstellingen en vooronderstellingen van het christelijk-religieuze nonconformisme, waarmee hij o.m. door zijn lectuur van de Duitse literatuur en filosofie in contact was gekomen, kan verdedigd worden, dat Verwey erfgenaam van het nonconformisme was.

In: Wjerklank, Tydskrift fan it Obe Postma Selskip, Jiergong 1 Nûmer 2 [2007] [PDF]

                                                  * * *

VoorkantA. van Dijk, 'Welk een ketter is die vrouw geweest!': de plaats van Albert Verwey in de Hadewijchreceptie. Uitgeverij Verloren, 2009

Daarin o.a. over de Verwey-interpretatie door Gerlof Verwey [hier in books.google]

Reacties

Beste Stan. hier wil ik je toch(weer) eens publiekelijk lof toezwaaien voor het vele speurwerk dat jij doet voor de 'vrienden van Spinoza'. Uit alle hoeken en gaten van internet haal je kleine en grote wetenswaardigheden, maar vaak ook hoogst belangwekkende gegevens te voorschijn, die ons, in ieder geval ook mij, zeer interesseren. Je bent als het ware een 'levend SPINOZA-INSTITUUT, zoals er geen tweede is en waar velen met mij baat bij hebben. Bravo. Hopelijk is het je gegeven daar nog lang mee door te gaan.

Wim, bedankt voor de prijs. Die stimuleert me zeker door te gaan.