Misschien vanwege Quatorze Juillet?

Het lijkt gewoonte te worden dat tijdschriften sommige artikelen voor ze in druk verschijn al online brengen. Zo had het blad National Review vandaag al een artikel online gebracht dat op 19 juli in druk verschijnt. Het artikel van Jacob Mchangama draagt als titel Censorship as ‘Tolerance’. Misschien vandaag vanwege Quatorze Juillet?

Het artikel is weer eens het zoveelste voorbeeld waaruit blijkt dat wat Spinoza’s in de TTP schrijft over vrijheid van denken en spreken, volkomen niet begrepen werd. Men heeft de klok horen luiden... Nadat in de eerste alinea een foute schets van Spinoza’s betoog is gegeven, wordt in de tweede alinea gezegd dat Spinoza’s inzicht niet zozeer vergeten is, maar op z’n kop wordt gezet. Datgene dus wat de schrijver zelf doet: de zaak op z'n kop zetten. En vervolgens komt hij met een lang betoog met vele voorbeeld (veel Wilders ook), waarbij vrije meningsuiting wordt beteugeld.

“In 1670, the Dutch philosopher Baruch Spinoza wrote an emphatic defense of freedom of thought and speech. Spinoza affirmed that freedom of expression is a universal and inalienable right and concluded: “Hence it is that that authority which is exerted over the mind is characterized as tyrannical.” He also argued that freedom of expression is indispensable for peaceful coexistence between members of different faiths and races in a diverse society, holding up as an example 17th-century Amsterdam, “where the fruits of this liberty of thought and opinion are seen in its wonderful increase, and testified to by the admiration of every people. In this most flourishing republic and noble city, men of every nation, and creed, and sect live together in the utmost harmony.”

"In modern-day Europe, Spinoza’s insight has not so much been forgotten as turned on its head. There is a pan-European consensus, fertilized by multiculturalism, that tolerance and peaceful coexistence require the restriction rather than the protection of freedom of speech. This has led to the mushrooming of hate-speech and so-called anti-discrimination laws that criminalize expressions characterized as “hateful” or merely “derogatory” toward members of religious, ethnic, national, or racial groups.” [Enfin leest u aldaar verder]

Nadat ik onlangs nog eens een gedegen behandeling over dit onderwerp (de beperking van het vrije spreken, waar het opruien wordt) van Amélie Oksenberg Rorty doorgaf, volsta ik hier met daarnaar te verwijzen en documenteer ik dit lange artikel van Jacob Mchangama in The National Review als zoveelste voorbeeld van een groot misverstand.