Op weg naar de cursus over de PPC [1]

ik twijfel, ik denk, dus ik ben… draait Spinoza om: ik besta, en weet dat ik besta en dus denk.

Hoe uitvoerig ik dat ga aanpakken, weet ik nog niet, maar ik overweeg om, op weg naar de cursus over René Descartes, De beginselen van de wijsbegeerte in meetkundige trant uiteengezet en de Metafysische gedachten, die 28 februari zal beginnen [cf. blog], wel eens een blogje eraan te wijden.

Op vele plaatsen van de PPC is duidelijk Spinoza aan het woord - daarin geeft hij geen samenvatting van Descartes. Integendeel, hij plaatst een aantal kritische opmerkingen. Martial Gueroult heeft er al in 1960 op gewezen dat Spinoza méér doet dan Descartes’ argumenten in een axiomatische vorm transformeren [cf.]. Spinoza was niet zo geobsedeerd door twijfel als Descartes was en bepaald ook minder onder de indruk van zijn cogito. Sterker nog, al meteen In het PROLEGOMENON, de inleiding op deel I van de PPC geeft hij kritiek op hoe Descartes begint te filosoferen; zoals hij in de Ethica zal formuleren: je moet bij God beginnen (en niet bij jezelf).
Heel fraai en veelzeggend is deze passage [vert. F. Akkermans]:

“Het gevolg is dat, waarheen hij [Descartes] zich ook wendt om te twijfelen, hij toch gedwongen wordt deze woorden uit te roepen: ik twijfel, ik denk, dus ik ben.

Nadat hij dus deze waarheid ontdekt had, vond hij meteen ook het fundament van alle wetenschappen en tevens de maat en regel van alle andere waarheden, te weten: al wat even helder en onderscheidend wordt begrepen als die uitspraak, is waar.

Dat er echter geen ander fundament van de wetenschappen kan zijn dan dit, blijkt meer dan voldoende uit het voorafgaande, omdat namelijk al het andere zeer gemakkelijk door ons in twijfel getrokken kan worden, maar dit geenszins. Hier moet evenwel met betrekking tot dit fundament allereerst opgemerkt worden dat deze uitspraak: ik twijfel, ik denk, dus ik ben, geen syllogisme is, waarin de major term is weggelaten. Want als het een syllogisme was, dan zouden de premissen duidelijker en bekender moeten zijn dan de conclusie zelf: dus ik ben, en zodoende zou ik ben niet het eerste fundament zijn van iedere kennis, behalve dat het niet een zekere conclusie zou zijn, want de waarheid ervan zou afhangen van universeel geldige premissen die de auteur juist tevoren in twijfel getrokken had. Daarom is ik denk, dus ik ben een enkelvoudige propositie die equivalent is aan deze: ik ben [een] denkend [wezen].

Is dat niet al een fraaie verwijzing naar Spinoza’s eigen filosofie, waarin substantie voorafgaat aan modi? En elke modus van denken uit een attribuut van de substantie voortkomt dat onlosmakelijk verbonden is en een eenheid uitmaakt met een modus van uitgebreidheid? En is de juiste logische volgorde dan niet: sum ergo cogito? Het cogito komt niet voort uit twijfel, maar uit het feit dat ik weet dat ik er ben, en daarom kan ik twijfelen en denken.