Pantheismusstreit - mijlpaal of steen des aanstoots? [1]

Afgelopen dagen hebben ik mij bezig gehouden met en genoten van het buitengewoon interessante artikel of hoofdstuk van dr. Ursula Goldenbaum: “The Pantheismusstreit – Milestone or Stumbling Block in the German Spinoza Reception?” Zij had me al enthousiast gemaakt over haar visie tijdens de inleidingen die zij gaf tijdens de Spinoza-zomerweek van 2010. Ik deed verslag over de vier gedeelten waarin zij haar lezing had opgedeeld. Ik schreef toen in mijn blogverslag: “Het vierde blok vormde de apotheose en behandelde de politieke context van de Pantheismusstreit: die Judenfrage – de jodenemancipatie. En dan blijkt dat voor het Spinoza-buchlein Jacobi een politieke bedoeling had, namelijk om die emancipatie en vooral ook Mozes Mendelssohn's poging het jodendom te rationaliseren een halt toe te roepen. In 1782 schreef hij “Etwas das Lessing gesagt hat” (1782) en dat stuurt hij aan Mendelssohn en de (niet-joodse) Christian Wilhelm von Dohm (1751 – 1820) die in 1781 op instigatie van Mendelssohn een sterk pleidooi voor de gelijkberechtiging van de joden had gepubliceerd: "Über die bürgerliche Verbesserung der Juden." Doordat er quota gesteld waren aan het aantal joden dat bijvoorbeeld in een stad als Berlijn mocht verblijven, werden steeds vele joden weggestuurd die niet anders dan via roversbenden in hun bestaan konden voorzien. Dat gaf joden een slechte naam. In 1782 was keizer Jozef II geneigd de joden burgerrechten te geven. Jacobi nam stelling. Het moet hem bekend geweest zijn dat Mendeslssohn bezig was aan een biografie over Lessing onder de titel “Etwas über Lessing.” Enige jaren later pas – eveneens politiek gemotiveerd - kwam hij met zijn onthullingen over wat Lessing aangaande Spinoza zou hebben gezegd.
Het kon niet meer aan de orde komen, maar gezien het feit dat Jacobi zulke sterke theologisch-politieke bedoelingen had, ga je je afvragen of hij die gesprekken met Lessing misschien niet gefantaseerd heeft. In ieder geval is het hem gelukt Mendelssohn te breken.”

In mei van dit jaar stelde ik met enige teleurstelling vast dat de neerslag van haar studie terecht was gekomen in het bij Brill uitgekomen boek van Michael Hampe, Ursula Renz, Robert Schnepf (Eds.). Spinoza's Ethics. A Collective Commentary. Ik sprak mijn spijt erover uit dat het jammer genoeg ‘dus’ een peperdure publicatie was geworden (€129). Inmiddels heb ik het boek voor een paar weken onder mijn vleugels; via de samenwerking van de bibliotheken, ofwel het 'interbibliothecair leenverkeer', ontving ik het uit de Universiteitsbibliotheek van de Erasmusuniversiteit.

In een paar blogs zal ik een samenvatting geven van en ingaan op haar artikel.

Zij komt met een andere zienswijze op de in de 18e eeuw in Duitsland gevoerde Pantheismusstreit. De gangbare zienswijze op het belang van deze strijd, ook wel als Spinozastrijd aangeduid, is dat – hoewel het Jacobi’s intentie was te waarschuwen voor het Spinozisme dat hij zag als rationalisme dat dwingend uitmondt in atheïsme - hierdoor juist de interesse in Spinoza werd gewekt. Zij schrijft: de ‘nieuwe partizanen van Spinoza’ vierden Jacobi als de aanstichter van een nieuwe periode in de Duitse Filosofie na de zwaluwzang en het “betekenisloze gezwets van de Verlichting“( zou Hegel hebben gezegd). Dit overheersende zelfverstaan van de Duitse filosofiegeschiedenis wil zij onderuithalen. Haar vraag is: “Hoe kon Spinoza zo plotseling de philosophus christianissimus worden, hij die de verworpen Judaeus Aposynanagogos was sinds het einde van de 17e eeuw?

Zij komt nu wel met een heel andere samenhang der gebeurtenissen en legt andere accenten, vooral wat de bedoelingen van Jacobi betreft, maar ook na haar artikel heb je nog steeds geen duidelijk antwoord op de vraag hoe het toch mogelijk was dat toen in zo’n tamelijk korte tijd de verguisde Spinoza zo sterk in de mode kon raken. Zij laat zien hoe het Jacobi duidelijk erom ging om de burgerlijke gelijkstelling van de joden tegen te gaan en om dat te bereiken de reputatie van Moses Mendelssohn wilde breken. Je proeft bij de auteur de verontwaardiging over het vuile strategische spel van Jacobi en over zijn succes, namelijk de neergang van het aanzien van Mendelssohn.
Een volgende keer verder.

______________-

De vierdelige reeks

Pantheismusstreit - mijlpaal of steen des aanstoots? [1], [2], [3], [4