Spinoza en Jacob Judah Leon's maquette van de Tempel van Salomo

Je hebt van die dagen dan loopt alles anders dan je had ‘gepland’. Ik had me enige dingen voorgenomen, zoals wat achterstallig opruimwerk. Maar eerst las ik nog even het boek uit dat ik al ruim twee jaren in mijn bezit had, maar deze week pas ter hand had genomen: Lisa Jardine’s Gedeelde weelde. Hoe de Zeventiende-eeuwse cultuur van de Lage Landen Engeland veroverde en veranderde (oorspr. Going Dutch – zie dit blog). Het is bij wijlen een interessant boek over de hogere kringen in de Republiek en Engeland in de 17e eeuw, met als hoofdpersoon Constantijn Huygens sr.. Maar soms had ik het ook wel aan de kant willen smijten vanwege het glossy-, gossip- en RTL-boulevard-gehalte over de nouveaux riches van de 17e eeuw en hun luxe huizen, tuinen, schilderijen en wat niet al aan weelde. Maar goed, het geeft een heel duidelijk beeld van de wederzijdse beïnvloedingen en verstrengelingen van de ‘betere kringen’ van beide landen die overigens zo vaak in oorlog waren, maar tegelijk niet zonder elkaar konden: wie moesten ze anders na-apen?

Helemaal aan het eind vertelt Jardine over een aanbevelingsbrief die Constantijn Huygens in maart 1674 meegaf voor de hofarchitect Wren aan Jacob Judah Leon, de rabbijn die een maquette van de tempel van Salomo gemaakt had en deze met andere modellen ook graag in Londen wilde tentoonstellen. Enfin, het lukte en het tempel-model en nog wat Bijbelse gebouwenreconstructies konden naar Londen overgebracht worden waar er een flinke belangstelling voor geweest zou zijn. Aardig slot van het boek.

En terwijl ik dat las, bedacht ik dat ik wel eens ergens iets gelezen had over Spinoza en het bezichtigen van die Tempel-maquette? Maar waar? Je hebt inmiddels zoveel over Spinoza gelezen (en wordt wat ouder), zodat je niet meteen weet waar je zoeken moet. Ik bladerde eerst door de Spinozabiografie van Steven Nadler, maar daarin is alleen in Hoofdstuk 5 te vinden dat Menasseh ben Israel begin jaren 1640 zou worden ontlast van zijn lesgeven “door Juda Jacob Leao (ook bekend onder de bijnaam ‘Templo’, vanwege de bijna fanatieke toewijding waarmee hij werkte aan een schaalmodel van de tempel van Salomo)” [p. 109] Verder niets. Daarna haalde ik Theun de Vries’ Spinoza, beeldenstormer en wereldburger en Wim Klever’s Een nieuwe Spinoza in veertig facetten uit de kast. Kennelijk had m’n onderbewuste me al een hintje gegeven, want ik begon verwachtingsvol met het laatste en had meteen beet: het tweede hoofdstukje luidt “Het beeld van de tempel”. Dat was wat ik me herinnerde en waarin wordt verteld dat de jonge Spinoza dat Tempel-model wel gezien moet hebben. En zo was ik de hele middag gefascineerd bezig om te ontdekken wat internet over Jacob Judah [Jehuda] Leon en zijn schaalmodel van de Templum Salomonis allemaal te bieden heeft.

Er is geen enkele directe evidentie of ondersteunend bewijs maar het is uiteraard een heel zinnige aanname dat Spinoza als kind, al dan niet met z’n vader of ander familielid, die maquette zal hebben gezien en bewonderd.

Jacob Judah Leon, gravure door Salom Italia, 1641Jacob Judah Leon was in 1602 in Portugal in een kustplaatsje ten westen van Coimbra geboren en in 1605 met z’n ouders naar Amsterdam gekomen om er het jodendom te omarmen. Hij volgde er een opleiding tot rabbijn. In 1628 volgde hij in Hamburg rabbijn Isaac Athias op, maar kwam midden de 1630-iger jaren terug naar Amsterdam, waar hij rabbijn werd in een van de synagogen. Maar bij het samengaan tot één gemeente in 1939 was blijkbaar voor hem geen plaats meer en vanaf 1640 zien we hem terug in Middelburg waar hij rabbijn en huisleraar werd. Daar ontmoette hij de chiliast Adam Boreel met wie hij een gevocaliseerde Hebreeuwse editie van de Mishnah mét Spaanse vertaling maakte die later door Menasseh ben Israel werd gedrukt. Hun gezamenlijke studie van de tempel (de milennaristen geloofden in de herbouw van de tempel na de komst van de Messias) leidde tot het idee om de tempel na te bouwen op basis van alle beschikbare gegevens uit de Bijbel, Flavius Josephus en de rabbijnse literatuur. Jacob Leon bouwde, Adam Boreel financierde. Over het project publiceerde Leon in 1642 in Middelburg in het Spaans het boek Retrato del Templo de Selomo, gevolgd in hetzelfde jaar door de vertaling: Afbeeldinge van den tempel Salomonis. Later verschenen ook vertalingen in het Frans, Duits, Latijn, Hebreeuws en Engels.

Afbeeldinge van den Grooten ende Heerlijken Tempel Solomonis, gravure uit De templo Hierosolymitano, libri IV, Helmstedt, 1665

Om toe te zien op het drukken van de Mishnah vertrok hij in 1643 naar Amsterdam waar hij les kon geven aan de Talmud Torah school van de joodse gemeente. Hij betrok een huis aan de Korte Houtstraat waarin hij het Tempelmodel tentoonstelde. Daartoe liet hij affiches maken, waarvoor Pieter Willemsz, dé expert in het maken van perspectivische tekeningen, een gravure had gestoken. Zijn museum avant la lettre trok veel bekijks. Enige jaren later ging hij er kermissen in Den Haag en Haarlem mee langs en nog weer enige jaren later trok hij ermee, zoals al gezegd, naar Engeland.

Hoe dicht lag die Korte Houtstraat niet bij het huis van de Spinoza’s aan de Houtgracht? Mét Wim Klever leef ik mij in hoe de jonge leergierige Bento op 10, 11 of 12-jarige leeftijd ten huize van Leon aandachtig het tempelcomplex bestudeerde en goed in zich opnam. Wim wijst in zijn stukje een flink aantal plaatsen aan in het werk van de volwassen Spinoza over de Tempel van Salomo en tempels in het algemeen.

Op de Duitse wikipedia-pagina die beduidend meer informatie biedt dan de Nederlandse wiki, las ik dat het model in het Bijbels Museum in Amsterdam te zien zou zijn. En bijna vatte ik het plan om er eens heen te gaan om te zien waaraan de jonge Spinoza zich waarschijnlijk heeft vergaapt, toen ik me realiseerde dat die tocht op een teleurstelling zou uitlopen, want het schaalmodel van Leon is verloren gegaan. Eind 19e eeuw, van 1885-1989, heeft Freek Putto met medewerking van de Bibliotheca Rosenthaliana en het Bijbels Museum een reconstructie van Leon’s Tempel van Salomon-model gemaakt. Maar die is niet wat Spinoza zag.

_______________

bronnen

Joods Historisch Museum

Adri K. Offenberg, "Jacob Judah Leon Templo's broadsheet of his model of the Temple" [website UbA/UvA]

A.K. Offenberg, Bibliography of the works of Jacob Jehudah Leon (Templo), no. 6 and no. 19, in Studia Rosenthaliana, vol. XII, 1978 (van Gorcum, Assen)

Adri Offenberg, “Dirk van Santen and the Keur Bible: New Insights into Jacob Judah (Arye) Leon Templo's Model Temple.” In: Studia Rosenthaliana, Vol. 37, Jewish Ceremonial Objects in Transcultural Context (2004), pp. 401-422

A. L. SHANE, Rabbi Jacob Judah Leon (Templo) of Amsterdam (1603—1675) and his connections with England. In: Transactions & Miscellanies (Jewish Historical Society of England), Vol. 25, (1973-1975), pp. 120-136

Helen Rosenau, Jacob Judah Leon Templo's Contribution to Architectural Imagery. In Journal of Jewish Studie, Volume: 23 (1972) Issue: 1, pp. 072-081

Hermine Pool: Der verschwundene Tempel. Jacob Jehuda Leon (1602–1765) und sein Templum Salomonis, In: Dresdener Kunstblätter, 4 (2009), S. 269-280.

[Frontspice] Jacob Jehuda Leon, De Templo Hierosolymitano. Helmstadt: J. Muller, 1665

 

Reacties

Hoewel rijkelijk laat wil ik hier nog even wat kwijt. Jij, Stan, was nogal teleurgesteld over Lisa's GOING DUTCH, omdat de auteur in haar doorwrochte studie (rijkelijk geïllustreerd) over de 17e eeuw met geen woord rept over Spinoza. Ik ben het met jee eens, dat dit te betreuren valt. Met name omdat zij inhoudelijk wel degelijk een aanmerkelijke bijdrage levert aan de Spinoza-studie, met name ook in de hoofdstukken 10 en 11 over de wetenschappelijke samenwerking en uitwisselingen tussen de Engelse geleerden (Royal Society) en Huygens. Dit betrft de fabricage van lenzen , microscopie, telescopische waarneming van de manen van Saturnus, experimenten etc., allemaal onderwerpen, waar Spinoza zich ook mee bezig houdt of waarover in zijn briefwisseling met Oldenburg in Engeland over wordt gesproken. Alles wat Jardine daarover schrijft is zeer precies gedocumenteerd. Ik ervoer mijn lectuur als opwindend. Moest ik op mijn ouwe dag nog een nieuwe biografie gaan schrijven, dan zou ik deze schets maar wat graag gebruiken als stramien voor Spinoza-anno1665!
Het boek biedt nog veel meer dat ik kwalitatief van de hoogste waarde acht. Zo weet zij overtuigend kritiek te leveren op onze onvoorwaardelijke verheerlijking van Christiaan Huygens. Lang niet alles waarom hij beroemd is kwam zo maagdelijk uit zijn koker alleen; hij verzuimde maar wat sluw aan zijn wetenschappelijke collega's de eer te geven die hun toekwam.