Spinoza in "Gouden Eeuw"

Al enige malen heb ik eerst mijn vermoeden en vrees (cf blog 1 en blog 2) en daarna mijn ongenoegen erover dat die werd bewaarheid (cf blog 3) geuit dat Spinoza ten onrechte niet voorkomt in de momenteel lopende ‘prestigieuze’ tv-reeks over de Nederlandse 17e of Gouden Eeuw die ik ergens als “van BBC-allure” getypeerd zag. Dat dit uiteraard wél had gemoeten in een objectief-evenwichtig overzicht, wordt onderstreept door het andere boek dat in december uitkwam bij gelegenheid van deze programmaserie

Maarten Prak, Gouden Eeuw. Het raadsel van de Republiek [Boom, Meppel, 2012 - ISBN: 9789461052445]

Maarten Prak (1955) is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, voorzitter van de Werkgroep Zeventiende Eeuw, en wetenschappelijk adviseur van die NTR-VPRO-tv-serie 'De Gouden Eeuw'. Mede met het oog op die serie verzorgde hij een herziene en uitgebreidere versie van zijn in 2003 bij SUN onder dezelfde titel verschenen boek. Daarin zijn twee nieuwe hoofdstukken opgenomen, over taal en literatuur (“De geletterde stad”) en “Een nieuwe filosofie en wetenschap.” In dat laatste wordt uitvoerig aandacht gegeven aan Spinoza. Het is zelfs het uitgebreidste over welke 17e eeuwer ook, op Johannes Vermeer na die in het voorlaatste hoofdstuk ook uitgebreid over het voetlicht komt.

Het is dus een duidelijke ondersteuning van het in dit blog gestelde. Alleen heeft het niet meer mogen baten en kwam die aanvulling te laat om de productieverantwoordelijken nog op dat spoor te krijgen.

Het is een knap boek. In een compact overzicht krijgt de lezer meerdere inkijkjes in de 17e eeuw: de vele oorlogen, het financiële stelsel, de gedecentraliseerde bestuurlijke organisatie, het stedelijk leven, het godsdienstig leven en z’n strijd, de op import van veel allochtonen draaiende en zich vernieuwende economie, rijkdom en armoede, de wereld der schilders en ontwikkelingen van wetenschap en filosofie. Je krijgt mee hoe de economische en culturele na-ijver tussen de steden een wijd gespreide vrije drukpers deed ontstaan. Je proeft door het hele boek heen hoe na de strijd voor onafhankelijkheid met het Habsburgse regime de steden en gewesten hun particuliere autonomie en privileges benadrukken, waarop het algemene belang (de generaliteit) bevochten moet worden; hetgeen alleen lukte bij de noodzaak zich samen tegen externe bedreiging te verdedigen. Hoe het leven op het niveau van de steden en gewesten geregeld werd in vrijheid en zonder inmenging van elkaar, laat staan van de Staten Generaal, die zich alleen met buitenlandse zaken en dus met leger en oorlog had bezig te houden. Hoe het gemeenschappelijke belang op alle niveaus alleen door vele discussies (commissiewerk en polderen) bereikt kon worden. De steden ontwikkelden zich (en groeiden) in onderlinge concurrentie. Wat Prak heel goed laat zien aan hoe men gunstige voorwaarden bood om gewilde buitenlandse werkkrachten, handelslui en ondernemers aan zich te binden – zoals de Antwerpenaren, de joodse vluchtelingen en later de hugenoten.

Binnen dat alles dus een goed leesbaar hoofdstuk over Spinoza, wiens gedurfde benadering van de werkelijkheid op hoofdlijnen goed wordt geschetst. Alleen discutabel is dat voor Spinoza alles ‘voorbestemd’ zou zijn (p. 273), wat uiteraard een antropomorf-godsdienstige manier van spreken is zoals het volk de dingen verstaat. Een beetje jammer vind ik het dat waar op vele plaatsen in het boek de theologisch-politieke strijd van de gereformeerden aan de orde is, niets over Spinoza’s zienswijze in de TTP wordt verwoord: zijn idee van ‘ware religie’, van stringente scheiding van filosofie en theologie en van ondergeschiktheid van de kerk(en) aan de staat.

Prak dankt naast anderen vooral Piet Steenbakkers voor zijn adviezen en correctievoorstellen voor de tekst over Spinoza, maar die heeft dan een foutje laten staan, namelijk dat op 27 juli 1656 de parnassim (het bestuur) van Beth Jacob de ban over Spinoza uitsprak. Dat deed echter het bestuur van Talmoed Tora, de nieuwe gemeente die was ontstaan in 1639 uit vereniging van de drie synagogen (waaronder  Beth Jacob) en die bijeenkwam in wat voorheen Beth Israël was aan de Houtgracht, enige huizen verwijderd van Spinoza’s ouderlijk huis. [En zo heb ik binnen één week al tweemaal een foute locatie van de banspreking moeten corrigeren; zie ook hier]

Inmiddels heb ik al diverse boeken over de geschiedenis van de 17e eeuw gelezen. Dit boek beschouw ik als een heel plezierig leesbare en zeer informatieve monografie die veel recente studies verwerkt en bijdraagt tot het begrijpen van de glorieuze opkomst, de neergang en uiteindelijk het bankroet van Nederland als wereldmacht. Hoe groot is de gelijkenis met de hedendaagse strubbelingen in de EU.

Er zijn altijd wel kleinigheidjes (zoals de al vermelde); bijvoorbeeld viel mij op dat hij nergens vermeldt dat er wel censuur achteraf was (hij beschrijft enige voorbeelden), maar dat juist door het ontbreken van een sterke centrale overheidsmacht er geen preventieve censuur bestond zoals die er wel was bij de omringende absolute monarchieën. Ach, nou ja... Dit is toch echt een aanrader!