Hoezo zou Spinoza het Asperger syndroom laten zien

In een blog van 27 april 2009, “Michael Fitzgerald bluft over Spinoza's Asperger’s Syndrome”, gaf ik informatie over en kritiek op het zgn. ‘onderzoek’ van Michael Fitzgerald, die zich vooral gebaseerd bleek te hebben op de nogal merkwaardige Spinoza-biografie van Margaret Gullan-Whur, die nogal wat eigenzinnige psychologische duidingen in haar boek verwerkte. In behoorlijk veel literatuur over Asperger en autisme wordt Spinoza genoemd en dit grijpt allemaal terug op deze ene bron: Fitzgerald.

Daar ik bezig ben met voorbereidingen van een komend blog, waarin ook weer eens Spinoza’s veronderstelde Asperger syndroom aan de orde komt, stuitte ik op een aardige eindnoot in het boek van Rebecca Goldstein, De onbekende Spinoza, waarin ze zinnige argumenten aanreikt die Spinoza’s autisme, ook in de lichtere vorm van Asperger, tamelijk ongeloofwaardig maken. En dan gaat het nog helemaal niet over zijn vroeger veronderstelde sociale geïsoleerdheid (waar dus niets van klopte), maar om z’n diepgaande empirische psychologische waarnemingen.

Graag neem ik die interessante eindnoot hier over:

Het betreft een eindnoot bij deze zin: “Zijn [Spinoza’s] bewondering voor de wiskundige methodologie en voor abstracte systemen verminderde niet zijn fascinatie voor menselijke typen en psychologische diepten.” [Blz. 166]. Daarbij deze noot 11: 

“In dit opzicht was Spinoza geen typische wiskundeman, die niet zelden vooral geïnteresseerd is in abstracte systemen en minder in mensen. (De autismeonderzoeker Simon Baron-Cohen stelt dat het 'autistisch continuum' van het syndroom van Asperger tot honderd procent autisme een uiting is van de op hol geslagen systematiserende — of mannelijke! — psyche. Hij voorspelt zelfs dat als beide ouders systematische types zijn de kans op autisme toeneemt. Baron-Cohen heeft op het MIT een longitudinale studie opgezet om zijn hypothese te toetsen. [Zie zijn The Essential Difference: The Truth About the Male and Female Brain, Cambridge MASS 2003.] Een van de grandioze aspecten van Spinoza's meeslepende systeem is dat hij, dikwijls in het ‘commentaar’ bij een bewijs, kans ziet er kleine juweeltjes van psychologisch inzicht in te verweven. Zijn scherpzinnige observaties van psychologische karaktertypen zijn zo helder, dat je je de mensen die hem als model dienden moeiteloos voor kunt stellen. Mijn exemplaar van de Ethica bijvoorbeeld staat vol met notities in de kantlijn, vaak met de namen erbij van persoonlijke kennissen aan wie de lezer moest denken bij opmerkingen van Spinoza zoals: (... dat niemand meer tot afgunst geneigd is dan wie zichzelf onderschat. Hij houdt de mensen zeer nauwkeurig in de gaten om hen vanwege hun daden te berispen of te corrigeren. De nederigheid, ten slotte, prijzen ze, en zij beroemen zich erop, maar alleen zo, dat ze toch nederig lijken.' (Ethica 4, stelling 57, commentaar.) Of ook: 'Aangezien het verder heel goed mogelijk is dat de blijdschap die iemand, naar hij meent, aan anderen verschaft alleen ingebeeld is, en iedereen ernaar streeft over zichzelf alles te denken wat, naar hij meent, hem [ ] blijdschap [schenkt], kan het gemakkelijk gebeuren dat een zelfvoldaan iemand trots is en zich inbeeldt dat alle mensen hem dankbaar zijn, wanneer hij hun alleen tot last is.' (Ethica 3, st. 30, comm.) Behalve zeer trefzeker, is Spinoza af en toe ook heel geestig. Als ik bijvoorbeeld deel 3 van de Ethica lees, het deel waarin hij zowel zijn grote psychologische theorie over de gevoelens [Krop: 'hartstochten' — vert.] ontvouwt en zijn 'afleidingen' van de verschillende psychologische typen, vraag ik me altijd af: hoe komt het toch dat nog nooit iemand zich verdiept heeft in Spinoza's humor?”

Uit: Rebecca Goldstein, De onbekende Spinoza. Vert. Henk Schreuder, Uitgeverij Atlas, Amsterdam, 2007 (oorspr. Betraying Spinoza - The Renegade Jew Who Gave Us Modernity, 2006). Blz 253-54
[
blog van 3 november 2007 met mijn bespreking; en blog van 17 februari 2009 met mijn herlezing]

Ik claim niet dat ik die studie naar Spinoza's humor heb verricht, maar ik heb er toch aandacht aan besteed in het blog van 16-08-2013: “De geestige Spinoza”