Spinoza's betekenis voor de studie naar de historische Jezus

Precies op de zondag van 6 december 2015 waarop in Amsterdam het symposium gehouden werd over de vraag of de ban die in 1656 tegen Spinoza was uitgesproken al dan niet alsnog ingetrokken kon worden, maakte – na onderzoek door een regionale visitatiecommissie - het landelijke 'generaal college voor de ambtsontheffing' van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) het oordeel bekend dat de Nijkerker dominee Van der Kaaij die de historiciteit van Jezus ontkent, zijn gemeente ‘niet meer met stichting kan dienen’ en daarom niet meer mag preken in zijn kerk. De relatie tussen Edward van der Kaaij en de Vredeskerk zou onmogelijk nog te lijmen zijn, zo vond men. Daarom wordt Van der Kaaij per 1 juni 2016 'losgemaakt' van de kerkgemeente. Hij blijft predikant, maar als hij ergens vast aan de slag wil, zal hij een nieuwe gemeente moeten vinden.

Begin 2015 kwam Van der Kaaij in opspraak vanwege zijn boek De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld (2014). Daarin stelt hij dat Jezus nooit op aarde heeft rondgelopen. Alle elementen van het bijbelse verhaal zouden gebaseerd zijn op mythes uit het oude Egypte.
Van der Kaaij verkondigt een dwaalleer vond de Gereformeerde Bond, de orthodoxe flank van de PKN. Vanwege zijn boek werd de predikant in januari vorig jaar bij een interkerkelijke dienst met een gereformeerde kerk van de kansel geweerd. De problemen waren niet direct ontstaan vanwege dat boek, maar naar aanleiding van een interview dat ds. Van der Kaaij had gegeven in ‘De Stad Nijkerk’. Dat interview verscheen kort voor Kerst 2014 onder de in het oog springende kop ‘Historische Jezus heeft nooit bestaan’. Dat was een ‘ongemakkelijke waarheid’ voor degenen die zich opmaakten om de geboorte van het Kind van Bethlehem te herdenken. En zo ontstonden de 'spanningen' (de gemeente is een smeltkroes van orthodoxe en meer progressieve protestanten) die zo hoog opliepen, dat in maart de kerkenraad, het bestuur van zijn lokale gemeente, oordeelde dat ze niet meer met Van der Kaaij door één deur kon. Van der Kaaij werd – vooralsnog voorlopig – buitengezet. Ondertussen vielen ook theologen en historici over hem heen. Hij zou historische bronnen over Jezus niet serieus genoeg nemen en veel te makkelijk verbanden leggen tussen verhalen. [cf.
Trouw, cf. dr. G. van den Brink, historicus Jan Dirk Snel]

Dr. W.A. de Jong-Kumru’s recensie over het boek: “Een titel die zo nadrukkelijk de waarheid en het echte verhaal aankondigt, verraadt de geestdrift van de auteur. Van der Kaaij schreef dit boek als predikant van een protestantse kerk in Nijkerk. Zijn boodschap dat Jezus niet echt bestaan zou hebben, veroorzaakte alom commotie. In zijn boek legt hij de lezer stap-voor-stap uit, in 28 korte hoofdstukken, hoe hij tot zijn opvatting kwam. Met de joodse traditie, waartoe de historische Jezus behoort, heeft Van der Kaaij weinig op. Kort gezegd komt het er bij hem op neer dat het verhaal van Jezus teruggaat op een Egyptische mythe over een opstaande en stervende God. Met zijn visie, die haaks staat op de algemene wetenschappelijke consensus, wordt hij wel in de traditie van de Hollandse radicalen geplaatst. Groot is die traditie niet, maar impact heeft ze wel. Dit boek nodigt zowel wetenschappers als de protestantse kerk ertoe uit om op hun beurt uit te leggen hoe zij zo zeker weten dat Jezus wel degelijk bestond. Een boek voor sceptici.” [cf. bol.com]


Foto met wat literatuur over (de zoektocht naar) de historische Jezus die historicus Jan Dirk Snel in zijn stuk over de zaak Van der Kaaij laat zien. Daarop niet Cees den Heyer, Opnieuw: wie is Jezus? 150 jaar studie naar hoe betrouwbaar de bronnen zijn die ons ter beschikking staan over de historische Jezus. En ook niet de boeken die Gregory W. Dawes schreef over de vraag naar de historiciteit van Jezus.

Juist in de boeken van Dawes wordt Spinoza uitgebreid aan de orde gesteld. Niet dat Spinoza de kwestie van die historiciteit interesseerde (hij ging eenvoudig van het daadwerkelijke bestaan van Jezus uit;  immers, het lijden, de dood en de begrafenis van Christus vatte Spinoza letterlijk op in een brief aan Oldenburg), maar hij was wel de eerste die onderkende dat in en rondom de bijbel (ook over Jezus) talloze verhalen vanuit de verbeelding gewoven zijn en hij was de eerste die systematische kritische studie naar de waarheid van en over de bijbel verwoordde. Dat wordt door Dawes erkend. Zijn eerste boek is vooral een anthologie van relevante teksten, zijn tweede boek een kritische analyse van hoe de Jezuskwestie ontstond en zich ontwikkelde. Doel van dit blog is slechts op deze boeken te wijzen en - waarmee begonnen werd - op de coïncidentie van de bespreking van de ban van Spinoza op dezelfde dag dat een ban over deze dominee werd uitgesproken - illustrerend hoe actueel het bannen nog steeds is.  Hier die boeken:

Gregory W. Dawes, The Historical Jesus Quest: Landmarks in the Search for the Jesus of History. Westminster John Knox Press, 1999 – books.google

Uit het voorwoord:

Alongside these discussions [Jesus’s teaching about Kingdom of God] a second theme can be discerned. For while the historians continued to discuss the shape of Jesus' life and ministry, the theologians debated what religious significance their findings might have. What impact would the 'historical criticism' of the Bible have on Christian faith? What did it mean for the study of theology? Therefore interspersed with extracts from the work of the exegetes, the student will find a number of philosophical and theological discussions. The pioneering work in this regard is that of Benedict Spinoza, who was the first to outline the programme for a thoroughly historical study of the Bible and to argue for its significance. However, the theologian who applied the historical method most consistently to his work was Ernst Troeltsch, and it is therefore with these two thinkers that our anthology begins. Between the time of Spinoza and that of Troeltsch, David Friedrich Strauss had both deepened the scepticism with which the Gospel accounts were regarded and attempted to redeem their religious significance with the help of the category of 'myth'. The theological issues came to a head with the work of the 'dialectical theologians' of the early twentieth century, represented here by Rudolf Bultmann and Karl Barth, whose protests were anticipated in the work of Martin Kähler. For different reasons all three thinkers cast doubt upon the significance of historical research for faith. Coupled with the 'thoroughgoing eschatology' of Schweitzer, their criticisms effectively put an end to the quest until it was cautiously re-opened in 1953 by Bultmann's student Ernst Käsemann. It is with Käsemann's work (generally thought of as inaugurating the 'New Quest') that the present collection ends."

Vervolgens verscheen:

Gregory W. Dawes, The Historical Jesus Question: The Challenge of History to Religious Authority. Westminster John Knox Press, 2001 – books.google

A natural sequel to The Historical Jesus Quest, The Historical Jesus Question offers commentary on the work and significance of the classic writers presented in the earlier volume--Spinoza, Strauss, Schweitzer, Troeltsch, Bultmann, Kasemann--and some additional comment on the work of Pannenberg. Not merely a summary discussion of these important writers, this book goes beyond to follow the implications for theology of the ongoing challenge history presents to biblical authority.

Ook dit boek begint met een uitvoerig hoofdstuk over Spinoza en diens in de TTP gebrachte hermeneutica van de Bijbel.

                                                     - - -


Eerdere blogs over Spinoza en Jezus Christus

Blog van 22-10-2008: De Jezus van Paul Verhoeven en de Christus van Spinoza

Blog van 26-11-2009: Door Spinoza tot Jezus? [n.a.v. George Santayana, “God in de mens. De christusidee in de evangeliën”]

Blog van 26-10-2011: Verplaatste bespreking [7] Paul Verhoeven, Jezus van Nazaret

Blog van 06-04-2012: Het lijden, de dood en de begrafenis van Christus vatte Spinoza letterlijk op 

Blog van 07-04-2012: De brieven over de 'opstanding'

Blog van 12-07-2012: Spinoza en Jezus

Blog van 29-03-2013: De betekenis van Christus voor Spinoza [over Dra C. Roelofsz, De beteekenis van Christus voor Spinoza]

Blog van 12-08-2014: Weer boekje over Christus in het werk van Spinoza

 

Er is van die religieuze verhalen (of ze nou verzonnen zijn of niet) vaak wel mooie kunst gemaakt, zoals deze compositie, waarvan nog niet zo lang geleden 'ontdekt' werd [kunst- en muziekhistorie bestaat ook vooral uit verhalen] dat het toegeschreven moet worden aan:

Giovanni Battista Pergolesi (1710 – 1736): Septem verba a Christo in Cruce Moriente Prolata (De zeven laatste woorden van Christus, stervend aan het kruis).

Sophie Karthäuser: soprano
Christophe Dumaux: countertenor
Julien Behr: tenor
Konstantin Wolff: bass

Akademie fur alte Musik Berlin - dirigent: René Jacobs